Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/6.4.3:6.4.3 Andere persoonskenmerken van de getuige
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/6.4.3
6.4.3 Andere persoonskenmerken van de getuige
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie verder Anderson, Schum & Twining 2005, p. 66-67.
In Nederland is dit onder meer neergelegd in artikel 291 Sv.
Zie bijv. DeBono & Harnish 1988, p. 541 e.v. en Evans & Clark 2012, p. 383 e.v.
Zelfmonitoring is namelijk het middel om oneigenlijke beïnvloeding door dit type karakteristieken tegen te gaan.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het voorgaande en in het vorige hoofdstuk is al ingegaan op de voor het verhoor relevante kenmerken van getuigen, te weten suggestibiliteit, compliance en acquiescence. Voor de geloofwaardigheid is ook de objectiviteit in de zin van onbevangenheid en onpartijdigheid van de getuige van belang. Is hij in staat een objectieve verklaring af te leggen? Op het moment dat hij bevooroordeeld is jegens de verdachte of een bepaalde groep mensen, dan kan dat aanleiding zijn om aan zijn objectiviteit en daarmee zijn verklaring te twijfelen. Van belang is om vast te stellen waarop de verklaringen van de getuige zijn gebaseerd; zijn zij te herleiden tot de eigen waarnemingen of zijn zij gebaseerd op verwachtingen of wensdenken?1
Om die reden wordt een getuige tijdens een verhoor ook gevraagd naar diens redenen van wetenschap.2
Een aandachtspunt betreft de wijze waarop de beoordelaar naar de bron kijkt en welke aspecten daarop doorwerken. Idealiter kijkt ook de persoon van de beoordelaar volledig onbevangen en onbevooroordeeld naar de verklaring. Onderzoek naar het vormen van overtuigingen over de inhoud van informatiebronnen leert echter dat ook onbewuste processen een rol kunnen spelen, waarbij ook de aantrekkelijkheid en de vermeende expertise van de bron een factor is die aan de overtuiging kan bijdragen.3 De vraag is in hoeverre beroepsrechters daarvoor gevoelig zijn. Duidelijk is dat van hen wordt verlangd dat zij zich zo min mogelijk laten leiden door onbewuste processen en zoveel mogelijk richten op de inhoud van de verklaring en objectieve karakteristieken van de bron.4