Informatierechten van aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/5.2.4.3:5.2.4.3 Brouwer Bloembollen (2020)
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/5.2.4.3
5.2.4.3 Brouwer Bloembollen (2020)
Documentgegevens:
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS971898:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hof Amsterdam (OK) 13 maart 2020, ARO 2020/87 (Brouwer Bloembollen).
Zie de passages uit het onderzoeksrapport onder ‘A POSITIE VAN PARTIJEN’ in Hof Amsterdam (OK) 12 juli 2017, ARO 2017/152 (Brouwer Bloembollen), r.o. 3.2.
Zie hierover ook Van Wees & Eikelboom 2018, p. 112-113.
Hof Amsterdam (OK) 13 maart 2020, ARO 2020/87 (Brouwer Bloembollen), r.o. 3.9.
Hof Amsterdam (OK) 13 maart 2020, ARO 2020/87 (Brouwer Bloembollen), r.o. 3.9.
Vgl. over dit laatste punt Hof Amsterdam (OK) 13 maart 2020, ARO 2020/87 (Brouwer Bloembollen), r.o. 3.10.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Enkele weken na Fuelplants wees de Ondernemingskamer een beschikking inzake Brouwer Bloembollen.1 Deze beschikking betrof Brouwer Bloembollen, een familiebedrijf dat zich bezighield met het kweken van, en de handel in bloembollen, zaden en planten. De broers Carl en Boudewijn Brouwer stonden, als derde generatie, aan het roer van de onderneming. Zij hielden ieder (indirect) 50% van de aandelen in het kapitaal van de vennootschap en waren aanvankelijk beiden zelfstandig bevoegd bestuurder. De broers woonden beiden in de buurt, hadden (privé)gronden in gebruik gegeven aan de onderneming en hadden een rekening-courantverhouding met de vennootschap die ook voor privé-uitgaven wordt aangewend. De echtgenoten van beide broers waren betrokken bij de onderneming en ook de kinderen van Boudewijn waren werkzaam voor het familiebedrijf.2 Een langlopend geschil tussen de broers maakte een eind aan hun samenwerking. Onenigheid over de wijze waarop zij hun samenwerking zouden afwikkelen, heeft uiteindelijk geleid tot een langlopende en complexe enquêteprocedure.3
Voor dit onderzoek is het volgende relevant. De onenigheid tussen de broers – beide 50% aandeelhouder en bestuurder – leidde tot een impasse binnen de vennootschap. Om deze impasse te doorbreken, heeft de Ondernemingskamer Carl aanvankelijk geschorst en later ontslagen als bestuurder. Zijn aandelen zijn overgedragen ten titel van beheer. Achtergrond hiervoor is dat Carl ermee had ingestemd om te worden uitgekocht door zijn broer Boudewijn, die samen met de destijds aangestelde OK-bestuurder de rust in de onderneming had teruggebracht en het vertrouwen van de bank genoot.
Carl heeft zich nadien opnieuw tot de Ondernemingskamer gewend. Daarbij heeft hij onder meer het bezwaar geuit dat de beheerder van de aandelen van Carl onvoldoende wordt geïnformeerd. De Ondernemingskamer overwoog ter zake als volgt:
“Ten aanzien van de informatieverschaffing aan de beheerder van aandelen overweegt de Ondernemingskamer als volgt. In het onderhavige geval (…) geldt niet als uitgangspunt dat aandeelhouders buiten algemene vergaderingen van aandeelhouders geen recht hebben op het verstrekken van door hen afzonderlijk verlangde informatie (HR 9 juli 2010, ARO 2010/111 (ASMI)). In plaats daarvan dient de vennootschap in de gegeven omstandigheden uit hoofde van haar zorgplicht jegens Holding Carl op grond van artikel 2:8 BW (HR 1 maart 2002, ARO 2002/40 (Zwagerman)), uit eigen beweging en op vragen van de aandeelhouder die niet langer deel uitmaakt van het bestuur ook buiten het verband van een aandeelhoudersvergadering transparantie te betrachten.”4
Als relevante omstandigheden noemde de Ondernemingskamer dat (i) Carl en Boudewijn jarenlang als bestuurders hebben samengewerkt in de vennootschap, (ii) waarvan hun persoonlijke houdstervennootschappen de enige twee aandeelhouders waren. Daarbij kwam dat (iii) Carl, anders dan Boudewijn, was geschorst en vervolgens ontslagen als bestuurder bij beschikkingen van de Ondernemingskamer.
Waar bij Bosal en Fuelplants een ad hoc informatierecht werd aangenomen dat in essentie verband hield met de verweten belangenverstrengeling, zag Brouwer Bloembollen op een periodiek c.q. doorlopend informatierecht. De Ondernemingskamer vervolgde:
“Het feit dat de aandelen van Holding Carl tijdelijk ten titel van beheer zijn overgedragen maakt dat niet wezenlijk anders. De beheerder kan er, evenzeer als Holding Carl dat voorheen kon, aanspraak op maken dat hij met enige regelmaat ook buiten de aandeelhoudersvergaderingen geïnformeerd wordt over de algemene gang van zaken en dat door hem gestelde vragen door de vennootschap worden beantwoord. Daarbij zal ten aanzien van de frequentie waarmee vragen worden gesteld en de gedetailleerdheid van die vragen uiteraard de redelijkheid en billijkheid in acht moeten worden genomen. Bovendien geldt onverminderd de regel dat een zwaarwichtig belang van de vennootschap zich kan verzetten tegen beantwoording van gestelde vragen.”5
Deze beschikking wijkt op belangrijke punten af van de beschikkingen inzake Bosal en Fuelplants. Brouwer Bloembollen zag op twee 50% aandeelhouders die beiden nauw waren verknocht aan het familiebedrijf waarin zij aandelen hielden. Bosal en Fuelplants betroffen daarentegen klassieke geschillen tussen meerderheids- en minderheidsaandeelhouders. Anders dan in Brouwer Bloembollen was in die casussen bovendien sprake van belangenverstrengeling. In Bosal en Fuelplants diende het informatierecht buiten vergadering om de belangen van de minderheidsaandeelhouders te beschermen tegen die belangenverstrengeling. De vennootschap had haar minderheidsaandeelhouders tijdig en volledig moeten informeren, opdat zij op geïnformeerde wijze hun positie konden bepalen en, zo nodig, op weloverwogen wijze gebruik zouden kunnen maken van hun wettelijke en statutaire rechten. Daaruit volgt een betrekkelijk duidelijk omlijnd ad hoc informatierecht.
Het informatierecht buiten vergadering in Brouwer Bloembollen zag daarentegen niet op een specifieke, bijzondere gebeurtenis. De 50%-aandeelhouder zonder vertegenwoordiging in het bestuur was gerechtigd om van tijd tot tijd informatie te ontvangen over de algemene gang van zaken binnen de vennootschap. Dat informatierecht bestaat in principe doorlopend en is minder duidelijk begrensd dan de ad hoc informatierechten die werden aangenomen in Bosal en Fuelplants. In principe zal deze aandeelhouder recht hebben op alle informatie van de vennootschap met een redelijke mate van gedetailleerdheid, zij het voor zover een zwaarwichtig belang van de vennootschap zich niet tegen de verstrekking daarvan verzet. Ik kan mij voorstellen dat de aandeelhouder bijvoorbeeld recht heeft op periodieke informatie over de financiële prestaties van de onderneming, updates over belangrijke orders en informatie over aangelegenheden die aan bod zullen komen tijdens bijeenkomsten met het bestuur.6