De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/122:122 Bonusblindheid
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/122
122 Bonusblindheid
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS367829:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Stout 2014.
McKean 1975, p. 31.
Fehr & Gächter 2000. Zie ook Winter 2010, p. 4.
Cools 2005, p. 83.
Een bestuursfunctie bestaat uit tal van verschillende taken die meer en minder gedefinieerd zijn. Bestuurders krijgen echter een prikkel om over te presteren op de taken waarvoor goed beloond wordt en onder te presteren op de taken waarvoor slecht beloond wordt. Holmström & Milgrom 1991.
Osterloh, Frey & Homberg 2007, p. 9.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De veranderende sociale context heeft verschillende consequenties, waaronder een beperking van de wil om handelingen te verrichten waarvoor niet wordt beloond. Relationele overeenkomsten, zoals een contract tussen de vennootschap en de bestuurder, zijn inherent incompleet.1
“It would be extremely expensive to pin down in writing every aspect of an agreement – the precise nature of every dimension of performance, the conditions under which goods can be returned or exchanged, the degree of pleasantness that is to prevail in business relationships, the exact nature of working conditions to be provided by the employers, and so on.”2
Fehr en Gächter wijzen er dan ook op dat een agent, bij afwezigheid van expliciet geformuleerde prikkels, ervan uitgaat dat zijn contract een impliciete verplichting inhoudt om zich in te spannen, welke verplichting gebaseerd is op de geldende sociale normen voor samenwerking en het in het oog houden van het gezamenlijke doel. Op het moment dat een expliciete prikkel wordt geïntroduceerd, verandert vanuit de perceptie van de agent de verstandhouding waardoor inspanning slechts is vereist vanwege en conform de gegeven prikkel. De sociale normen die voorheen voor de agent als basis dienden voor zijn plicht tot inspanning gelden voor hem niet langer.3 De prestatie die werd ingekleurd door hetgeen redelijkerwijs mag worden verwacht, wordt door het introduceren van de prikkels dus beperkt tot louter de prestatie waarvoor wordt betaald. Andere handelingen, die net zo van belang zijn voor het succes van de onderneming, maar die geen additionele beloning met zich meebrengen, worden hierdoor genegeerd.
Een vergelijking kan worden gemaakt met een overstap van het interpreteren van de wet op ‘black letter law’. Het incomplete prestatiecontract dat voorheen geïnterpreteerd diende te worden aan de hand van een brede (impliciete) context wordt expliciet gemaakt vanwege het introduceren van extrinsieke prikkels waardoor de overeenkomst gelijk wordt gesteld aan de letter van het contract.
Cools noemt dit fenomeen ‘bonusblindheid’.4 Het optreden van de hiervoor geschetste ‘inattentional blindness’ versterkt deze bonusblindheid. Osterloh, Frey en Homberg wijzen erop dat vanwege het feit dat de prestatiecriteria expliciet zijn gemaakt en de wens om de beloning te ontvangen hoog is, er een sterke prikkel ontstaat om slechts datgene te doen wat nodig is voor het behalen van de beloning, terwijl de notie wat het beste is voor de onderneming uit het zicht geraakt.5
“As a result, contracts offering incentives to reach given goals can give rise to dysfunctional behavioural responses. Agents focus only on the rewarded aspects of the job and disregard the unrewarded ones. Neither do they have sufficient incentives to reflect on the adequacy of the goals they should achieve for the overall success of the firm.”6
De gedachte dat extra inspanningen die niet in het contract zijn opgenomen in beginsel ook niet vereist zijn op basis van de overeengekomen bezoldiging is onder meer zichtbaar in de huidige praktijk om bestuurders bonussen toe te kennen voor ‘extra’ inspanningen, zoals bijvoorbeeld de (succesvolle) verkoop van een bedrijfsonderdeel.