Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/6.3.2.6:6.3.2.6 Slotsom
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/6.3.2.6
6.3.2.6 Slotsom
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS495432:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Deze paragraaf handelt over het ontstaansmoment van de ‘correctie vooraftrek’. Ik heb verdedigd dat het voorheen (onder art. 29 lid 2 Wet OB 1968 (tot 2017)) in de wet verankerde redelijkheidscriterium nog steeds van toepassing is. Met betrekking tot de faillissementsrechtelijke kwalificatie kom ik tot de conclusie dat doorgaans sprake zal zijn van een faillissementsschuld. Ook ben ik ingegaan op (het karakter van) de éénjaarstermijn. Wat betreft de verhouding tot het Unierecht en het rechtskarakter ben ik van mening dat het redelijkheidscriterium beide voldoende eerbiedigt (wat betreft het rechtskarakter zeker wanneer deze gepaard gaat met een correctie op de correctie (paragraaf 6.3.4)). De éénjaarstermijn (conceptueel bezien) sluit hierbij aan. Het fatale karakter acht ik echter in strijd met het Unierecht én het rechtskarakter. Ik heb bepleit dat de faillissementsrechtelijke status van de ‘correctie vooraftrek’ (als faillissementsschuld) past binnen het Unierecht. Het rechtskarakter zou evenwel beter worden gediend als een promotie zou plaatsvinden naar boedelschuld (hetgeen ook vanuit het Unierecht bezien aan te moedigen valt).