Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/3.3.1
3.3.1 Beknopte inhoudsbeschrijving
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955584:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Van ondergeschikt belang voor deze bespreking zijn Hoofdstukken III-V. Daarin is onder meer geregeld dat lidstaten andere passende sancties voor inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten kunnen vaststellen (art. 16), dat zij dienen te stimuleren dat het bedrijfsleven maatregelen treft op basis van zelfregulering (art. 17), dat zij in het kader van de verplichte evaluatie na drie jaar informatie over de stand van de uitvoering van de richtlijn moeten aanleveren (art. 18) en dat zij correspondenten moeten aanwijzen die de samenwerking en onderlinge informatie-uitwisseling bevorderen (art. 19).
De materiële kern van de richtlijn is neergelegd in Hoofdstuk II.1 In zeven afdelingen zijn de maatregelen, procedures en rechtsmiddelen geregeld die betrekking hebben op de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten. De richtlijn vangt aan met enkele algemene normen en beginselen die daarbij in acht moeten worden genomen (art. 3). Vervolgens regelt zij de bevoegdheid van personen en organisaties om op te treden tegen inbreuk (art. 4), vestigt zij een vermoeden van makerschap ten aanzien van auteursrechten en naburige rechten (art. 5) en voorziet zij in maatregelen ter bewaring en bescherming van bewijs (art. 6 en 7) en een recht op informatie (art. 8). De laatste afdelingen zijn ingeruimd voor de belangrijkste rechtsvorderingen, te weten de voorlopige en corrigerende maatregelen (art. 9 en 10), het verbod en bevel in de bodemprocedure (art. 11), de schadevergoeding (art. 13), de proceskostenveroordeling (art. 14) en de publicatie van een rechterlijke uitspraak (art. 15).