De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/87:87 De keerzijde van ons aanpassingsvermogen: The Hedonic Treadmill
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/87
87 De keerzijde van ons aanpassingsvermogen: The Hedonic Treadmill
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS371390:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder andere Helson 1964; Brickman & Campbell 1971, p. 287–302. Bartolini 2007, p. 342.
Zie Layard 2005, p. 49. Layard verwijst hierbij naar onderzoeken van Van Praag & Frijters 1999 en Stutzer 2004, p. 89-109.
Deze wet wordt ook wel de eerste wet van Gossen genoemd naar de Duitse econoom Hermann Heinrich Gossen (1810-1858).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Meer in het algemeen zorgt het afhankelijk maken van de variabele bezoldiging vanuit het perspectief van de bestuurder ervoor dat rekening moet worden gehouden met het aanpassingsvermogen van de mens. In de psychologie wordt dit aanpassingsvermogen ‘adaptation’ genoemd. Hieruit volgt dat een toename van het inkomen van de bestuurder slechts een tijdelijk effect heeft op zijn motivatie, omdat de mens zich nu eenmaal progressief aanpast aan nieuwe omstandigheden.1 Uit verschillende onderzoeken blijkt, dat de prikkel die een extra euro aan inkomen in het eerste jaar geeft, het jaar erop afneemt met gemiddeld ongeveer 40% omdat wij dan gewend zijn aan dit inkomen.2
“So when I earn an extra dollar this year, it makes me happier, but next year I shall measure my income from a benchmark that is 40 cents higher. In this sense at least 40% of this year’s gain is ‘wiped out’ next year.”
Door het aanpassingsvermogen van de mens zal de bezoldiging van bestuurders jaarlijks dus toe moeten nemen om dezelfde prikkel te genereren. In het verlengde hiervan ligt de economische wet van het afnemende grensnut (the law of diminishing marginal utility).3 De marginale waarde van een euro neemt af naarmate iemand daar meer van heeft. Een persoon die onder de armoedegrens leeft deelt een euro meer waarde toe dan een miljardair. Voor een bestuurder geldt dat de waarde van één miljoen euro aan het begin van zijn carrière een stuk hoger zal liggen dan aan het einde als hij al enkele miljoenen vergaard heeft. Als de bestuurder eenmaal zijn eerste miljoen euro heeft verdiend dan zal de volgende miljoen euro een zwakkere prikkel genereren. Niet alleen went de bestuurder dus aan het inkomen dat hij krijgt waardoor hetzelfde inkomen het volgende jaar een minder sterke prikkel geeft, maar naarmate het vermogen van de bestuurder toeneemt, verliest een euro in zijn ogen aan waarde waardoor verhoudingsgewijs meer euro’s in het vooruitzicht gesteld moeten worden om dezelfde prikkel te genereren. Dit betekent dat, om een bestuurder continu te kunnen motiveren, de bezoldiging jaarlijks substantieel en progressief zal moeten toenemen om de bestuurder van dezelfde prikkel te voorzien.