Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht
Einde inhoudsopgave
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/4.4.2:4.4.2 Minderjarige en jeugdige delinquenten
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/4.4.2
4.4.2 Minderjarige en jeugdige delinquenten
Documentgegevens:
J. Kort, datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
J. Kort
- JCDI
JCDI:ADS200744:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vergelijkbaar met de kritische opvatting van politiemensen over de strafoplegging aan recidivisten en veelplegers, is hoe een deel van hen denkt over de wijze waarop minderjarige en jeugdige delinquenten worden gestraft. Het gaat hen daarbij om ernstige vormen van (jeugd)criminaliteit, waarbij de daders in de optiek van deze politiemensen in feite ‘doorgewinterde criminelen’ zijn, en officieren en vooral rechters vaak een te rooskleurig beeld van hen zouden hebben. Ook zouden deze nog jonge mensen volgens politiemensen vaak al niet meer onder de indruk raken van een ‘lichte straf’. In het verlengde hiervan geven politiemensen aan dat in hun ogen reclassering en hulpverlening regelmatig niet zouden voldoen en vaak geen alternatief vormen voor gevangenisstraf. Zo is hun indruk dat de reclassering onvoldoende tijd heeft voor de delinquent. Daarnaast menen sommige politiemensen dat de aanpak van de reclassering vaak te vrijblijvend is: als de inzet van de delinquent om een gedragsverandering te bereiken te wensen overlaat, dan zou dat te vaak zonder consequenties blijven. Eén van de geïnterviewde wijkagenten geeft aan dat voor jeugdigen die vaak met politie en justitie in aanraking komen een combinatie nodig is van een stevige, ‘niet vrijblijvende’ aanpak met langdurige, intensieve hulpverlening en een traject naar werk:
‘Ik weet dat in het jeugdrecht de straffen niet zo hoog zijn. Een jongere zal niet zo snel hard gestraft worden. Volgens mij kunnen ze maximaal een jaar krijgen of de jeugd-tbs moet erbij komen, dan kan het langer worden. Ze krijgen hooguit een paar weekjes als ze al aardig doorgewinterd zijn. Eerst zal de rechterlijke macht proberen de jongere wat bij te sturen, wat logisch is, maar de meeste hebben wel zo’n traject achter de rug dat het niet meer mogelijk is. Voor drugs, ik denk dat je ze anderhalf jaar moet geven en dat je dik moet inzetten op hulpverlening. Als ze terugkomen, dan moeten ze werken en het vrijblijvende moet eraf.’