Einde inhoudsopgave
Vijandige overnames (IVOR nr. 79) 2010/7.2.1
7.2.1 Inleiding
mr. M.J. van Ginneken, datum 23-11-2010
- Datum
23-11-2010
- Auteur
mr. M.J. van Ginneken
- JCDI
JCDI:ADS621364:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dit hoofdstuk is mede gebaseerd op gedeeltes uit de volgende handboeken (inclusief aanvullingen): Camey (2000), Choper, Coffee & Gilson (2004), Clark (1986), Bainbridge (2003a), Bauman, Weiss & Palmiter (2003), Eisenberg (2005) en Gilson & Black (1995) alsmede op Van Ginneken (1998).
Zie § 216 DGCL.
Zie bijvoorbeeld New York Stock Exchange Listed Company Manual, § 402.04. Zie Winter (2000), p. 50.
Ook in o.a. Japan, Duitsland, België en Engeland komen vormen van proxy solicitation voor. Zie over de regulering hiervan en de invloed die het heeft op de corporate govemance in Japan en Duitsland Smith (1996a), p. 163-178 en 178-190. Zie over de regulering in Engeland, Duitsland en België, Maeijer (1996), p. 120, 121 en 124.
Berle & Means (1932).
Zie § 3.2.2.
Het verwerven van volmachten (proxy solicitation) is voor Amerikaanse vennootschappen in de praktijk onontbeerlijk.1 Dit komt doordat het vennootschapsrecht van de meeste staten bepaalde quorumeisen voorschrijft. Zo bepaalt het recht van de staat Delaware dat rechtsgeldige besluiten slechts kunnen worden genomen indien de helft van het geplaatst kapitaal ter vergadering is vertegenwoordigd. Dit kan bij statuten worden verlaagd tot 1/3 van het geplaatst kapitaal.2 Teneinde aan deze quorumeisen te voldoen, dienen vennootschappen actief volmachten te verwerven. Daar komt bij dat de regels van de meeste beurzen bepalen dat daar genoteerde vennootschappen verplicht zijn hun aandeelhouders de mogelijkheid te bieden om bij volmacht te kunnen stemmen.3
Proxy solicitation is dus voor Amerikaanse beursvennootschappen een vast onderdeel van het proces rondom de aandeelhoudersvergadering, waar zeer veel tijd en aandacht aan wordt gegeven.4 Dit komt mede doordat het proces is onderworpen aan een omvangrijke hoeveelheid federale regelgeving, die in de loop der jaren een grote hoeveelheid jurisprudentie heeft opgeleverd. De basis voor deze federale regelgeving is gelegd in de Exchange Act uit 1934. In 1932 leverden de hoogleraren Adolf Berle en Gardiner Means in hun beroemde boek The Modern Corporation and Private Property forse kritiek op het functioneren van grote beursgenoteerde ondernemingen.5 Zij signaleerden de inmiddels klassieke scheiding tussen ownership and control. Het wijdverspreid aandelenbezit in de grote publieke ondernemingen maakte aandeelhouders in feite machteloos. Doordat aandeelhouders zo wijdverspreid waren, konden zij nauwelijks meer invloed uitoefenen op het bestuur en het beleid van de onderneming. Bestuurders van ondernemingen waren niet meer effectief te controleren en konden in feite doen en laten wat zij wilden. Volgens Berle en Means was een belangrijke oorzaak van deze ontwikkeling het feit dat de leiding van de onderneming de corporate proxy machinery controleerde. Berle en Means concludeerden dat proxy voting, in wezen bedoeld om aandeelhouders gemakkelijk te laten deelnemen in de besluitvorming en daarmee hun invloed uit te oefenen, een machtsmiddel was geworden van de vennootschapsleiding, en daardoor de invloed van aandeelhouders juist verminderde. Bestuurders informeerde de aandeelhouders onvoldoende en kregen van aandeelhouders in de praktijk een blanco volmacht om over elk onderwerp dat op de aandeelhoudersvergadering naar voren kwam te stemmen zoals zij wensten. Mede dankzij deze kritiek van Berle en Means werd in 1934 de Exchange Act door het Amerikaanse Congres aangenomen.6 De Exchange Act creëert een systeem waarbij rapporterende vennootschappen voortdurend gegevens openbaar moeten maken die van belang kunnen zijn voor zittende en toekomstige aandeelhouders. De Exchange Act bevat ook een bepaling die specifiek ziet op proxy voting. Deze bepaling, § 14 Exchange Act, vormt de basis voor een uitgebreide SEC-regulering van het proxy voting proces. De nadruk ligt, in lijn met de ratio van de Exchange Act, op transparantie. In het navolgende ga ik in § 7.2.2 in op § 14(a) en § 14(b) en de op grond daarvan uitgevaardigde regels. In § 7.2.3 komt de rol van proxy voting in vijandige overnamesituaties aan de orde.