Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/326
326 Een rechtsvergelijkende analyse van de say-on-pay
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS365371:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Ik kom over dit systeem uitgebreid te spreken in randnummer 370 e.v.
In het voorstel uit 2014 was overigens alleen een verplichte bindende say-on-pay opgenomen waardoor het leek dat de Europese Commissie met een botte bijl de knoop zou doorhakken in het voordeel van de aandeelhouders. Vermoedelijk is vanuit politieke overwegingen ervoor gekozen eerst te komen met het meest verregaande voorstel van een verplichte, bindende say-on-pay om vervolgens tijdens de onderhandelingen op een midden uit te komen.
In de regel komt de bevoegdheid om een bezoldiging met de (uitvoerende) bestuurder overeen te komen in de drie onderzochte landen vanuit praktisch oogpunt statutair of wettelijk toe aan de niet-uitvoerende bestuurders of de raad van commissarissen. De opwaartse trend van de bezoldiging van bestuurders en diverse excessen hebben de afgelopen jaren geleid tot de behoefte de invloed van de AVA op het vaststellingsproces van de bezoldiging van bestuurders te versterken. Drie smaken zijn daarbij te onderscheiden. Aan de AVA kan verplicht een bindende of niet-bindende stem over de bezoldiging worden verleend. Daarnaast kan gekozen worden voor het creëren van de mogelijkheid de bezoldiging van bestuurders op initiatief van de vennootschap zelf voor te leggen aan de AVA.
Interessant is om te zien dat een keuze voor een van de drie smaken onder meer afhangt van de traditionele bevoegdheidsverdeling voor het vaststellen van de bezoldiging. De benadering in Duitsland, waarbij de vaststellingsbevoegdheid wettelijk bij de raad van commissarissen ligt, verklaart waarom de Duitse wetgever terughoudender is met het overdragen van enige bevoegdheid aan de aandeelhouders. Verder dan het opnemen van de mogelijkheid tot het ter stemming brengen van het bezoldigingssysteem gaat de Duitse wetgever niet.
De bevoegdheid tot het vaststellen van de bezoldiging van bestuurders wordt in het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten in de regel statutair gedelegeerd aan de board of directors. Er is echter een verschil in de wijze waarop beide landen deze bevoegdheid benaderen. In het Verenigd Koninkrijk is gekozen voor het toekennen van een bindende say-on-pay over het bezoldigingsbeleid aan de AVA. Hierdoor is een deel van deze vaststellingsbevoegdheid de directors ontnomen en (weer) bij de aandeelhouders komen te liggen. De SEC is meer trouw gebleven aan de ‘directors primacy’ door aandeelhouders slechts een niet-bindende stem te geven over de openbaar gemaakte bezoldiging en golden parachutes. Een verklaring hiervoor kan zijn dat de AVA in de Verenigde Staten een bevoegdheid toekomt bij het benoemen van directors, die in het Verenigd Koninkrijk niet exclusief bij de AVA ligt. Een meer voor de hand liggende verklaring is dat de SEC met haar nieuwe say-on-payregeling aansluiting heeft gezocht bij de regeling die het Verenigd Koninkrijk in 2002 invoerde. Het Verenigd Koninkrijk heeft juist afstand gedaan van deze regeling en gekozen aan te sluiten bij het systeem zoals wij dat al jaren in Nederland kennen.1 Een stap die voor de SEC bij de invoering niet voorzien en wellicht een brug te ver was.
De invoering van deze regelingen laat het spanningsveld zien tussen enerzijds de wens de raad van commissarissen of niet-uitvoerende bestuurders te controleren en anderzijds de wens niet in te grijpen in bestaande bevoegdheidsverdelingen. Dit verklaart ook de weifelende houding die de Europese Commissie in de discussie over say-on-pay inneemt. Zo wordt in de herziene aandeelhoudersrechtenrichtlijn aan lidstaten een keuze gelaten tussen een bindende of adviserende say-on-pay over het bezoldigingsbeleid. Desalniettemin heeft deze keuze voor een land als Duitsland tot gevolg dat aandeelhouders beduidend meer te zeggen krijgen over de bezoldiging van bestuurders.2