Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/4.2.1
4.2.1 Legitiem doel
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955560:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Barak 2012, p. 245.
Barak 2012, p. 248-250.
Barak 2012, p. 246.
Zie art. 8 lid 2 EVRM (“nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen”). Zie minder expliciet art. 52 lid 1 Handvest (“door de Unie erkende doelstellingen van algemeen belang of aan de eisen van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen”).
Barak 2012, p. 246: “From the constitutional notion of democracy and the rule of law, one can deduce both the importance of the need to protect human rights, as well as the importance of the need to limit those same rights in order both to safeguard them and to satisfy the public interest”.
HvJ EU 26 april 2022, C-401/19, ECLI:EU:C:2022:297 (Polen/Parlement & Raad), rov. 69 (t.a.v. de bescherming van de houders van auteursrechten en naburige rechten, die in art. 17 lid 2 Handvest als intellectuele-eigendomsrechten worden gewaarborgd).
Art. 3 lid 3 VEU; HvJ EG 13 november 1990, C-331/48, ECLI:EU:C:1990:391 (Fedesa); HvJ EU 22 januari 2013, C-283/11, ECLI:EU:C:2013:28 (Sky Österreich), rov. 52.
Het bestaan van een wettelijke grondslag is op zichzelf niet voldoende om een grondrecht te beperken.1 Het evenredigheidsbeginsel vereist immers dat de beperking wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel. De verwijzing naar ‘legitimiteit’ impliceert dat niet iedere doelstelling van voldoende gewicht is om een beperking van een grondrecht te rechtvaardigen. De voorwaarde van een legitiem doel moet niet worden verward met de vaststelling van een beperking van een grondrecht. De vraag of een grondrecht beperkt is, gaat altijd vooraf aan de evenredigheidstoets.2 Bij de beoordeling van de legitimiteit van de doelstelling vindt evenmin een afweging plaats tussen het legitieme doel en het door de beperking geraakte belang; er wordt alleen vastgesteld of het doel op zichzelf legitiem is.
Een doelstelling is legitiem als zij overeenkomt met maatschappelijke waarden in een democratische samenleving.3 Sommige grondrechtencatalogi bepalen expliciet welke waarden als legitieme doelstellingen worden beschouwd.4 Daarnaast kan een legitieme doelstelling worden afgeleid uit meer algemeen geformuleerde rechtsbeginselen.5 De bescherming van een ander grondrecht kan op zichzelf een legitiem doel opleveren.6 Legitieme doelstellingen kunnen ook voortvloeien uit het algemeen belang. Het is niet ongebruikelijk dat deze categorieën overlappen. Zo volgt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie dat onder ‘erkende doelstellingen van algemeen belang’ onder meer het bevorderen van de naleving van fundamentele rechten en beginselen die zijn beschermd in de Unie moet worden begrepen.7