Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm
Einde inhoudsopgave
Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm (R&P nr. CA6) 2012/2.6.2:2.6.2 Fried
Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm (R&P nr. CA6) 2012/2.6.2
2.6.2 Fried
Documentgegevens:
mr. P.S. Bakker, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
mr. P.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS590816:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Vermogensrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Fried 1981.
Curs. PSB.
Curs. PSB.
Curs. Fried.
Fried 1981, p. 16-17.
Smits 1995, p. 212.
De belofte moet worden gezien als een uitnodiging voor de wederpartij om de verklarende partij te vertrouwen, zo merkt Fried op p. 16 van zijn boek op. Zie hierover Engelhard/Van Maanen 2008, p. 36. Vgl. voorts Hamaker 1913, p. 386-387.
Fried 1981, p. 1. Vgl. Dedek 2007, p. 75.
Fried 1981, p. 17. Vgl. over deze passage Smits 1995, t.a.p. en Van Dun 2008, p. 180.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 1981 verschijnt Charles Fried's "Contract as promise: a theory of contractual obligation".1 In dit boek ontvouwt Fried zijn visie op gebondenheid, die zich wellicht met het volgende citaat het beste laat weergeven:
"An individual is morally bound to keep his promises because he has intentionally invoked a convention whose function it is to give grounds — moral grounds — for another to expect the promised performance.2 To renege is to abuse a confidence he was free to invite or not, and which he intentionally did invite.3 To abuse that confidence now is like (but only like)4 lying: the abuse of a shared social institution that is intended to invoke the honds of trust."5
Anders gezegd: door gebruik te maken van de "conventie van het beloven"6 wordt de verklarende partij onderworpen aan de morele plicht om het vertrouwen dat het gebruik van deze conventie oproept niet te beschamen.7 De verplichting om de gedane belofte gestand te doen, is (vgl. ook de door mij gecursiveerde woorden in het hierboven weergegeven citaat) volgens Fried geworteld in de persoonlijke autonomie van de verklarende:
"The promise principle (...) is that principle by which persons may impose on themselves obligations where none existed before."8
Uitgaande van de verbindende kracht van de belofte is de gebondenheid aan de overeenkomst vervolgens een feit: "since a contract is first of all a promise, the contract must be kept because a promise must be kept."9