NJB 2019/2701:Opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens van een ander gebruiken met het oogmerk om de identiteit te verhelen waardoor uit dat gebruik ‘enig nadeel kan ontstaan’, art. 231b Sr: dat nadeel kan vele vormen aannemen, zoals direct financieel nadeel, reputatieschade of schade door het vervuilen van (overheids)databases met valselijk aan een persoon gelinkte informatie. Daarbij moet het wel steeds gaan om gevallen waarbij men derden het idee geeft dat zij daadwerkelijk te maken hebben met de persoon van wie de identiteit onterecht is aangenomen. Deze bepaling slechts strekt ertoe (potentiële) slachtoffers van het misbruik van hun persoonsgegevens te beschermen tegen de nadelige gevolgen die dit misbruik voor hen kan hebben. Het vereiste betreffende ‘enig nadeel’ van het gebruik van identificerende persoonsgegevens in de zin van art. 231b Sr heeft uitsluitend betrekking op het mogelijke nadeel voor de in art. 231b Sr bedoelde ‘ander’ wiens persoonsgegevens door de verdachte zijn misbruikt