NJB 2011, 134
Waarom niet het noodzaakcriterium maar het wijdere verdedigingscriterium in de zaak van toepassing is
HR 14-12-2010, ECLI:NL:HR:2010:BM0253
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
14 december 2010
- Magistraten
Mrs. Van Dorst, De Hullu en Groos
- Zaaknummer
08/03789
- Conclusie
A-G Vellinga
- LJN
BM0253
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2010:BM0253, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 14‑12‑2010
ECLI:NL:PHR:2010:BM0253, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 30‑03‑2010
- Wetingang
Essentie
Waarom niet het noodzaakcriterium maar het wijdere verdedigingscriterium in de zaak van toepassing is
Uitspraak
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld tot 35 maanden gevangenisstraf wegens opzettelijk handelen in strijd met een in art. 2 onder A Opw gegeven verbod. Het tweede middel houdt de klacht in dat het hof ten onrechte het verzoek tot het horen van Y A als getuige heeft afgewezen en dat het hof bij zijn afwijzing het onjuiste criterium heeft gebezigd. De Hoge Raad overweegt:
2.2. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 15 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.