Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/26
26 De traditionele opvatting over winst
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS366564:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Als alle winsten naar de aandeelhouders gaan, waar is dan de prikkel voor de bestuurders om de onderneming zo efficiënt mogelijk te drijven? Waarom zouden zij zich meer inzetten dan nodig is om aandeelhouders redelijk tevreden te houden?
Wat is het voordeel van het toekennen van meer winst aan aandeelhouders dan nodig is om de continue aanvoer van kapitaal en het nemen van risico door (nieuwe) aandeelhouders te verzekeren? Het vooruitzicht van meer winst kan de aandeelhouders namelijk niet aanzetten tot het beter drijven van de onderneming, aangezien de taak niet bij de aandeelhouder maar bij de bestuurder ligt. Deze extra winst lijkt dus geen nuttige economische functie te vervullen. Zie hierover Berle & Means 1932, p. 342.
Als winst enige invloed kan uitoefenen als motiverende kracht, dan kan men niet anders concluderen dan dat het surplus van de winst beter aangewend kan worden als prikkel voor bestuurders dan deze aan de ‘eigenaren’ van de onderneming uit te keren. Berle & Means 1932, p. 343.
Voor de volledigheid merk ik op dat met dit voorbeeld gedoeld wordt op de wijze waarop boeren, artsen en advocaten toentertijd inkomsten genereerden. De inkomsten van de boeren waren uiteraard afhankelijk van de oogst. Artsen en advocaten hadden een eigen praktijk en waren – wat hun inkomsten betreft – afhankelijk van de omzet die zij draaiden (en de kosten die zij maakten).
Taussig & Barker 1925, p. 40-42. Winsten zijn weliswaar een eigenaardige vorm van lonen, maar ze zijn niet sui generis.
Taussig & Barker 1925, p. 40-42.
Taussig & Barker 1925, p. 41/42.
Taussig & Barker 1925, p. 40-42. Zie ook Giddings 1887, p. 367-376.
Berle & Means 1932, p. 334.
Redeneert men niet vanuit de traditionele opvatting van eigendomsrechten, maar vanuit economisch oogpunt – vanuit de traditionele opvatting over winst – dan komt men op een tegenovergesteld standpunt uit. Volgens de traditionele opvatting vertolkt winst twee functies, namelijk (i) winst spoort het individu aan zijn geld in een onderneming te steken en (ii) winst werkt als een prikkel voor het individu om zijn uiterste best te doen de onderneming nog winstgevender te maken. In de moderne beursgenoteerde vennootschap worden deze twee functies vervuld door twee verschillende groepen, respectievelijk de aandeelhouders en de bestuurders. Als de winst alleen ten goede komt aan de aandeelhouders, zoals volgt uit de traditionele opvatting over eigendomsrechten, hoe kan de winst dan zijn beide traditionele economische rollen vervullen?1 Moet, indien meer winst zou worden gemaakt dan nodig is om in de toekomst nieuw kapitaal op te halen voor de onderneming, het overige deel van de winst niet gaan naar het bestuur dat immers zorg moet dragen voor de uiteindelijke bedrijfsvoering?2 Zal niet het vooruitzicht op het surplus van de winst als een prikkel werken voor bestuurders om efficiënter te werk te gaan?3
Deze tweede stroming ziet de winst in essentie als analoog aan lonen en verwerpt iedere poging om de winst van de onderneming te onderscheiden van bijvoorbeeld de inkomsten van boeren, advocaten of artsen.4 Winst is slechts een van de vele vormen van bezoldiging van onafhankelijke werkers.5
De winst die de aandeelhouders toekomt, bestaat uit de uitgekeerde dividenden die zij verkrijgen bovenop hetgeen zij uitgekeerd krijgen ter vergoeding van de (gangbare) rente die zij zouden hebben ontvangen indien zij hun kapitaal aan anderen zouden hebben uitgeleend. Het overige deel van de winst dient de bestuurders toe te komen in de vorm van hun bezoldiging.6
“The ‘business profits’ of a corporation are received partly by the stockholders, partly by the executives. What the stockholders get over and above interest (that is, dividends greater than what they could have got by merely lending their capital to others) this is in the nature of profits. But the salaries of the executive managers are also a part of the ‘profits’ – that is, they are part of the earnings of enterprise as well as of management.”7
Het feit dat de eigenaren en bestuurders verschillende personen zijn, is een bijkomstige omstandigheid. Hetgeen zij samen verdienen is, hoewel het over beide groepen verdeeld wordt, homogeen van karakter. Voorstanders van deze tweede visie zijn onder meer Alfred Marshall, Henry Sidgwick, Joseph Shield Nicholson en Frank William Taussig.8
Indien de traditionele opvatting over winst wordt gevolgd, dan komt men tot de conclusie dat in beginsel slechts een billijke vergoeding voor de investering naar de aandeelhouders zal moeten gaan, terwijl een ander deel van de winst het bestuur ten goede zou moeten komen om ervoor te zorgen dat de onderneming op de meest efficiënte manier gedreven wordt. De aandeelhouders zijn in dat geval verworden tot ontvangers van de ‘wages of capital’. Een conclusie die haaks staat op de conclusie die volgt uit de traditionele opvatting over eigendomsrechten.9