Belastingblad 2025/89
Na een onterechte niet-ontvankelijkverklaring door de rechtbank is de zaak door het hof teruggewezen naar de rechtbank. Zonder nieuwe behandeling ter zitting komt de rechtbank tot het oordeel dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
Rb. Oost-Brabant 31-10-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:5140, m.nt. Redactie
- Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
- Datum
31 oktober 2024
- Magistraten
Mr. A.F. Vink
- Zaaknummer
24/3449
- Noot
Redactie
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS998258:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBOBR:2024:5140, Uitspraak, Rechtbank Oost-Brabant, 31‑10‑2024
Essentie
Na een onterechte niet-ontvankelijkverklaring door de rechtbank is de zaak door het hof teruggewezen naar de rechtbank. Zonder nieuwe behandeling ter zitting komt de rechtbank tot het oordeel dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
Uitspraak
Uitspraak
in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats 1] , eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Land van Cuijk, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: N.L. van Domselaar).
Inleiding
1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de door hem vastgestelde WOZ1.-waarde van de woning aan de [adres] te [woonplaats 1] (de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.