Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/5.8.2
5.8.2 Registratie van een kerkgenootschap
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633777:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 10 september 1853, Stb. 102.
Van Kooten 2017, p. 263.
Wet van 20 april 1988, Stb. 1988, 157.
Kamerstukken II 2005/06, 30656, nr. 3, p. 29.
Kamerstukken II 2005/06, 30656, nr. 3, p. 26.
Toelichting bij Internetconsultatie conceptwetsvoorstel Transparantie maatschappelijke organisaties 2018, p. 3. Uit het antwoord op mijn navraag bij de KvK blijkt dat er op 5 mei 2021 6290 entiteiten met de rechtsvorm kerkgenootschap ingeschreven zijn bij het Handelsregister. Dit cijfer bevat mogelijk ook zelfstandige onderdelen en lichamen waarin kerkgenootschappen zijn verenigd.
Van Kooten 2017, p. 265-273, 287, 302.
Van Kooten 2017, p. 302.
Artikel 8 Hregb 2008 jo artikel 31 Hregb 2008 jo. artikel 6, lid 3 Hrw 2007; Kamerstukken II 2007/08, 30656, nr. 27, bijlage Nota van Toelichting, p. 4, 5, 10, 14, 18; Stb. 2008, 240, p. 22, 38.
Artikel 31, lid 4 Hregb 2008 jo. artikel 6, lid 3 Hrw 2007; Kamerstukken II 2007/08, 30656, nr. 27, bijlage Nota van Toelichting, par. 3.4, p. 6. Zie ook de toelichting op het Handelsregisterbesluit 2008, Stb. 2008, 240, p. 22-23.
Artikel 31, lid 1, 2 en 4 Hregb 2008 jo. artikel 6, lid 3 Hrw 2007; Kamerstukken II 2007/08, 30656, nr. 27, bijlage Nota van Toelichting, par. 3.4, p. 6. Zie hierover Asser/Rensen 2-III 2017/391.
Artikel 8, lid 2 Hregb 2008 jo. 31 Hregb 2008 jo. 6, lid 3 Hrew 2007; artikel 6, lid 3 Hrew maakt voor de inschrijfplicht van koepelorganisaties geen onderscheid met of zonder rechtspersoonlijkheid; zie verder de toelichting in Stb 2008, 240, p. 33, 38 bij respectievelijk artikel 8 en artikel 31 Hregb 2008; Van Kooten 2017, p. 282.
Van Kooten 2017, p. 284.
31 Hregb 2008 jo. artikel 8 Hregb 2008 jo. artikel 6 lid 3 Hrw 2007. jo. artikel 17 lid 1 sub c Hrw 2007.
Artikel 15, lid 1 Hregb 2008; Kamerstukken II 2007/08, 30656, nr. 27, bijlage Nota van Toelichting, p. 18. Zie onderdeel 3.2. van het formulier 27 van de KvK ter inschrijving van een kerkelijke organisatie.
Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
Kamerstukken II 2007/08, 30656, nr. 27, bijlage Nota van Toelichting, p. 6, 18; Stb. 2008, 240, toelichting bij artikel 31 Hregb 2008, p. 38.
Van Wijk e.a. 2013, p. 126, 148.
Van Kooten 2017, p. 297-300.
Zie ook Van Wijk e.a. 2013, p. 126.
Rechtbank Den Haag 9 februari 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP4424, r.o. 4.3.
Van Kooten 2014, p. 362, 363.
Artikel 14 Hregb 2008; Asser/Rensen 2-III 2017/395.
Van Kooten 2012, p. 168.
Persoonlijk navraag per email d.d. 25 januari 2018. Zie ook het inschrijvingsformulier 27 voor een kerkelijke organisatie op www.kvk.nl, waarin geen namen van bestuurders of vertegenwoordigers zijn opgenomen.
Tot eind jaren tachtig van de 20e eeuw kende de Wet op de kerkgenootschappen 18531 een meldingsplicht voor kerkgenootschappen. Het doel hiervan was om de regering een overzicht te geven van de in Nederland bestaande kerkgenootschappen. Deze kennisgeving had geen gevolgen voor het civiele rechtsverkeer.2 Toen de Wet op de kerkgenootschappen in 1988 werd ingetrokken en deels werd vervangen door de Wet openbare manifestaties 19883 is deze meldingsplicht komen te vervallen. Ongeveer twintig jaar daarna werd vanaf 1 juli 2008 de registratieplicht voor rechtspersonen en ondernemingen in het Handelsregister uitgebreid tot kerkgenootschappen, ongeacht of zij een onderneming drijven.4 De bedoeling van de wetgever was om een basisregister te creëren dat bijdraagt aan een efficiënt functioneren van de overheid en de rechtszekerheid in het handelsverkeer bevordert (art. 2 Hrw).5 Per 1 juli 2018 zijn ongeveer 1600 kerkgenootschappen ingeschreven in het Handelsregister.6
De vraag komt op of de registratie van kerkgenootschappen in het Handelsregister in strijd is met godsdienstvrijheid. Deze registratie van kerkgenootschappen is vanuit (inter)nationaalrechtelijk perspectief toelaatbaar, zolang de registratieregeling voldoet aan de eisen van de Grondwet en het EVRM.7 Dit betekent dat de regeling in een wet in formele zin moet zijn vastgelegd en noodzakelijk moet zijn in een democratische samenleving voor de in artikel 9 lid 2 EVRM genoemde doelcriteria: in het belang van de openbare veiligheid, voor de bescherming van de openbare orde, de gezondheid of goede zeden of de voor bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Hoewel de registratieplicht is geregeld in de Handelsregisterwet 2007 (wet in formele zin), staan de verplicht te registreren gegevens in het Handelsregisterbesluit 2008. Een deel van de registratieregeling is dus niet vastgelegd in een wet in formele zin maar in een AMvB. De vraag is of hiermee voldaan is aan de eisen die het grondrecht op de godsdienstvrijheid stelt. De huidige registratievorm van kerkgenootschappen laat de autonomie van kerkgenootschappen intact omdat de registratie niet de vrijheid van inrichting en bestuur van kerkgenootschappen aantast.8
Bestuurders van kerkgenootschappen zijn verplicht om hun kerkgenootschap te registeren in het Handelsregister.9 Doen zij dit niet, dan zijn zij strafbaar.10 De inschrijfplicht geldt steeds voor het hoogste aggregatieniveau met rechtspersoonlijkheid.11 Een kerkgenootschap kan gezien de inrichtingsvrijheid zelf bepalen welk niveau dat betreft.12 Als dat het kerkgenootschap is, dan hoeven zelfstandige onderdelen daarvan niet geregistreerd te worden, maar een vrijwillige inschrijving is wel mogelijk.13 Zo is de Rooms-Katholieke kerkprovincie als kerkgenootschap verplicht tot inschrijving en niet de zelfstandige onderdelen zoals bisdommen, parochies, kloosters en begraafplaatsen, waaraan het kerkgenootschap rechtspersoonlijkheid heeft toegekend.14 Ook de PKN is inschrijfplichtig en niet de plaatselijke gemeenten en diaconieën als zelfstandige onderdelen.
Wanneer plaatselijke kerkgenootschappen landelijk en regionaal zijn verenigd, hoeft alleen het landelijke verband met rechtspersoonlijkheid als hoogste niveau te worden geregistreerd. Een vrijwillige inschrijving van de participerende kerkgenootschappen is mogelijk.15 Of de koepelorganisatie rechtspersoonlijkheid heeft in de zin van artikel 2:2 BW, namelijk als een lichaam waarin kerkgenootschappen zijn verenigd, bepalen de daarin deelnemende kerkgenootschappen samen. Het kerkelijke statuut is hier van belang. Bezit de koepelorganisatie geen rechtspersoonlijkheid, dan heeft elk deelnemend kerkgenootschap (als het hoogste aggregatieniveau met rechtspersoonlijkheid) net als de koepelorganisatie een inschrijfplicht, want de inschrijving van de koepelorganisatie zonder rechtspersoonlijkheid biedt dan volgens de regelgever onvoldoende juridisch houvast om de instelling aan te kunnen spreken.16 Wanneer de kerkelijke rechtspersoon (een kerkgenootschap, een zelfstandig onderdeel of een lichaam waarin kerkgenootschappen zijn verenigd) een in Nederland gevestigde onderneming drijft, dan is die rechtspersoon ook zelfstandig inschrijfplichtig als degene aan wie de onderneming toebehoort.17 Voorbeelden van door een kerkgenootschap gedreven ondernemingen zijn uitgeverijen, boekhandels, bierbrouwerijen, professionele zaalverhuur en opleidingscentra.18
Kerkgenootschappen hebben in tegenstelling tot andere rechtspersonen een beperkte registratieplicht.19 Van de rechtspersoonlijkheid bezittende entiteit op het hoogste aggregatieniveau bevat het register alleen gegevens die noodzakelijk zijn om met die entiteit in contact te kunnen treden. Zo worden als verplichte gegevens slechts opgenomen de naam, een uniek nummer (toegekend door de KvK), de rechtsvorm, de eventuele datum van beëindiging en de contactgegevens: de adresgegevens (post- en bezoekadres), het telefoonnummer, het faxnummer, het e-mailadres en het internetadres.20 Als rechtsvorm wordt ‘kerkgenootschap’ ingeschreven, wat tevens een aanduiding is van de activiteit, namelijk religieuze organisatie.21
De namen van de bestuurders worden niet geregistreerd. Dit is in verband met de privacywetgeving. Artikel 9 AVG22 (voor 25 mei 2018: 16 Wbp) verbiedt namelijk het verwerken van persoonsgegevens waaruit iemands geloofsovertuiging blijkt, behoudens enkele uitzonderingen zoals verwerking van gegevens van leden (art. 9, lid 2, sub d AVG). Hoewel de bevoegdheid tot vertegenwoordiging of de hoedanigheid als bestuurder van een kerkgenootschap als zodanig geen bewijs vormt van het aanhangen van de geloofsovertuiging van dat kerkgenootschap zou door de grote correlatie tussen de geloofsovertuiging van de bestuurders en die van het kerkgenootschap uit de registratie van bestuurders van een kerkgenootschap in het Handelsregister hun geloofsovertuiging kunnen worden afgeleid.23 Sommige deskundigen vinden dit argument discutabel omdat een bestuurder van een kerkgenootschap met de aanvaarding van die functie doorgaans een bewuste keuze maakt om naar buiten te treden als een vertegenwoordiger van dat kerkgenootschap.24 Bovendien zou het Handelsregister voor het OM een nuttig middel zijn bij de opsporing van strafbare feiten. Ook Van Kooten vindt deze uitzondering van de registratieplicht voor kerkgenootschappen vergezocht en onwenselijk voor het maatschappelijk verkeer.25 De praktijk – met name in het geval van relatief onbekende geloofsgemeenschappen zoals migrantenkerken – heeft immers behoefte aan duidelijkheid omtrent de bevoegdheid van kerkelijke vertegenwoordigers zoals bij het openen van een bankrekening, het leveren van een onroerende zaak of het huren van een ruimte.26 Aan de andere kant is het denkbaar dat bestuurders van kwetsbare geloofsgemeenschappen, zoals joodse kerkgenootschappen, negatieve gevolgen kunnen ondervinden van de registratie, hoewel privéadresgegevens alleen toegankelijk zijn voor bestuursorganen, advocaten, deurwaarders, notarissen en een beperkt aantal organisaties (art. 51, lid 1 Hregb 2008 jo. artikel 28, lid 3 Hrw 2007).
Registratie van een kerkgenootschap in het Handelsregister vormt geen constitutief vereiste voor de oprichting, het bestaan of de rechtspersoonlijkheid van een kerkgenootschap.27 Het levert een kerkgenootschap echter wel het voordeel op van een document als bewijs dat de KvK het bestaan van de organisatie aanvaardt.28 Rensen wijst op de algemene mogelijkheid die artikel 14 Hregb 2008 biedt – waarvan volgens hem ook kerkgenootschappen gebruik kunnen maken – om persoonlijke gegevens van gevolmachtigden en de inhoud van hun volmacht in de schrijven.29 Van Kooten vraagt zich af of deze algemene bepaling in het Handelsregisterbesluit 2008 niet moet wijken voor de bijzondere bepalingen voor kerkgenootschappen waarin staat dat persoonsgegevens van kerkelijke bestuurders vanwege privacyredenen niet mogen worden geregistreerd in het Handelsregister.30 Uit persoonlijke navraag bij de KvK blijkt inderdaad het beleid te zijn om van kerkgenootschappen geen bestuurders en gevolmachtigden in het Handelsregister in te schrijven, ook niet als ze een onderneming drijven.31