Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/141
141 Redenen om niet op het scherpst van de snede te onderhandelen
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS366586:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Uit een onderzoek van consultancybureau Berenschot blijkt dat in 2009 een lid van de raad van commissarissen van een AEX-fonds gemiddeld€ 62.000 ontvangt en een voorzitter van de raad van commissarissen gemiddeld € 136.000. Bij een AMX-fonds zijn de bedragen respectievelijk € 40.000 en € 55.000 zie https://berenschotstrategies.wordpress.com/tag/aex/ (laatst bezocht op 7 augustus 2016). In de VS ligt het bedrag hoger en ligt de gemiddelde vergoeding van een non-executive bij de grotere beursondernemingen rond de $ 300.000. De tijd die een commissariaat vraagt ligt in 2012 gemiddeld op 13 uur per maand, zie https://www.marketresponse.nl/nieuws/persberichten/stel-ook-raadvan-commissarissen-financieel-aansprakelijk-bij-falen-bestuur/ (laatst bezocht op 14 februari 2013).
Het is van belang om voorgedragen te worden als commissaris. In bijna alle gevallen wordt de voordracht door de algemene vergadering van aandeelhouders aanvaard. Zowel in de VS als in Nederland wordt de voordracht niet bepaald door de bestuursvoorzitter of het bestuur, maar dat wil niet zeggen dat de bestuursvoorzitter geen enkele invloed op de voordracht kan uitoefenen. In veel gevallen wordt de goedkeuring van de CEO gevraagd of wordt de CEO op een andere manier bij het selectieproces betrokken.
Bebchuk & Fried 2004.
Bebchuk & Fried 2004, p. 29/30. ‘Interlocks’ komen vaker voor dan men zou denken. Volgens het onderzoek van Hallock is er bij 8% van de beursgenoteerde vennootschappen sprake van ‘current CEO-interlock’ in de Verenigde Staten. Met current CEO-interlock bedoelt Hallock dat de ene CEO in de raad van commissarissen van de andere CEO zit en vice versa. Uit hetzelfde onderzoek blijkt tevens dat de bezoldiging van bestuurders bij vennootschappen met interlocking directors hoger is dan bij beursgenoteerde vennootschappen waar hiervan geen sprake is. Hallock 1999. Zie tevens Rees 1992: “The very high salaries we observe in many American corporations may not be optimal prizes, but simply a way in which corporate directors distribute rents to their friends in the executive suite. This suspicion is reinforced by the frequency with which the CEOs of one corporation serve as directors of another.”
Dorff 2014, p. 33.
Bechuk en Fried wijzen hier op het boek van Rakesh Khurana waarin hij schrijft dat de boards in de VS worden beheerst door: “a strong emphasis on politeness and courtesy and an avoidance of direct conflict and confrontation”. Bebchuk & Fried 2004, p. 32. Zie Khurana 2002a, p. 81.
Zie hierover onder meer randnummer 85. Zie ook Ariely 2013; Crystal 1991a.
Bebchuk & Fried 2004, p. 33. Het zal overigens niet verwonderlijk zijn dat een groot deel van de commissarissen van beursgenoteerde vennootschappen zelf bestuurder is of is geweest.
De auteurs wijzen op de diverse financiële en niet-financiële prikkels en voorkeuren van commissarissen om de bestuurder tijdens de onderhandelingen te begunstigen, althans tegemoet te komen, terwijl de commissarissen weinig tot geen financiële en niet-financiële prikkels hebben om op het scherpst van de snede te onderhandelen.
Commissarissen hebben bijvoorbeeld de wens om bij de desbetreffende onderneming herkozen te worden en bij andere ondernemingen gekozen te worden als commissaris. Een positie als commissaris van een beursgenoteerde onderneming betekent prestige, waardevolle connecties en een riante vergoeding voor een beperkte hoeveelheid tijd.1 Uit het onderzoek van Bebchuk en Fried komt naar voren dat de kans op herverkiezing of op een positie als commissaris bij een andere onderneming substantieel afneemt als de commissaris bekend staat als een ‘troublemaker’ ten aanzien van de bezoldiging van bestuurders.2 Ook wijzen Bebchuk en Fried op de talrijke mogelijkheden die de CEO heeft om commissarissen te bevoordelen ten koste van de vennootschap.3 Het onderhandelen op armlengte afstand kan eveneens worden ondermijnd wanneer er sprake is van ‘interlocks’. Als de commissaris van een onderneming zelf bestuurder is bij een andere onderneming waar de CEO lid is van de raad van commissarissen, dan heeft de commissaris een extra prikkel om de CEO tegemoet te komen tijdens de onderhandelingen. De CEO neemt immers deel aan het beslissingsproces over de bezoldiging bij de onderneming waar de commissaris bestuurder is.4 Ook kan de commissaris geconfronteerd worden met andere tegenstrijdige belangen, bijvoorbeeld wanneer de onderneming een zakelijke relatie heeft met een andere onderneming waar de desbetreffende commissaris bij betrokken is in de hoedanigheid van bestuurder, aandeelhouder of op enige andere wijze.5
Naast deze financiële prikkels spelen volgens Bebchuk en Fried ook verschillende sociale en psychologische factoren een rol, zoals vriendschap, loyaliteit, collegialiteit en teamspirit. Commissarissen en bestuurders komen elkaar buiten de onderneming bij verschillende gelegenheden tegen en vaak bestaan er al vriendschappen of sociale connecties met de bestuurders voordat iemand bij een onderneming een positie in de raad van commissarissen verwerft. Daarnaast is het van belang om met elkaar door één deur te kunnen. De commissarissen moeten niet alleen met de bestuurder onderhandelen over zijn bezoldiging, maar daarna ook nog met hem samenwerken. Hierdoor zijn commissarissen minder geneigd om op het scherpst van de snede te onderhandelen, aangezien dat de verdere samenwerking negatief kan beïnvloeden.6
Naast de zojuist genoemde factoren kan het resultaat van de onderhandelingen ook door cognitieve dissonantie ten gunste van de bestuurder uitvallen. Cognitieve dissonantie zal in het bijzonder een rol kunnen spelen bij commissarissen die zelf bestuurder zijn of zijn geweest bij een andere onderneming. Zoals aangegeven zijn mensen geneigd hun perspectief aan te passen op zaken waar ze zelf bij gebaat zijn of gebaat zijn geweest.7 Een commissaris die als bestuurder een bepaald bezoldigingspakket heeft ontvangen, zal eerder van mening zijn dat een dergelijk pakket in het belang is van de aandeelhouders.
Denk bijvoorbeeld aan een commissaris die als bestuurder geprofiteerd heeft van een genereuze afvloeiingsregeling. Deze commissaris zal niet snel geneigd zijn te beweren dat een dergelijke regeling onwenselijk of contraproductief is. Daar komt bij dat een commissaris die met succes beargumenteert dat de beloning van de CEO lager moet zijn, het gevaar loopt dat, indien hij zelf bestuurder is of wordt bij een beursgenoteerde onderneming, zijn eigen argumenten tegen hem worden gebruikt.8