Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/2.3.3.1:2.3.3.1 Niet-epistemologische waarden
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/2.3.3.1
2.3.3.1 Niet-epistemologische waarden
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Kenmerkend voor feitenonderzoek en bewijs in het strafproces is dat het waarheidsvinding binnen een sterk geformaliseerde context betreft waarbij het recht beperkingen oplegt aan de wijze waarop bewijsmateriaal wordt vergaard en gewogen. Weliswaar stelt men zich in het strafproces tot doel om de ware toedracht te achterhalen, dit dient wel te geschieden met inachtneming van andere op het spel staande waarden. Laudan spreekt in dit verband van niet-epistemologische beleidswaarden (non-epistemic policy values). Hieronder moeten de waarden worden begrepen die voor het strafproces en de samenleving van belang zijn, maar die niet (primair) zijn gegrond in het proces van waarheidsvinding en waarvan inachtneming eenvoudig kan conflicteren met de zoektocht naar de waarheid.1 Die waarden hangen hoofdzakelijk samen met de eerder genoemde doelen van het strafproces en omvatten onder meer de bescherming van rechten van personen die bij de procedure zijn betrokken en het efficiënte gebruik van middelen. Onder niet-epistemologische waarden worden ook buiten de procedure gelegen maar door het recht beschermde maatschappelijke waarden begrepen, zoals het door het professionele verschoningsrecht gewaarborgde belang van algemene toegankelijkheid tot medische zorg.2
Dat deze niet-epistemologische waarden het zoeken naar de waarheid en het proces van bewijzen in een concreet geval kunnen beïnvloeden, laat zich eenvoudig illustreren aan de hand van het leerstuk van het onrechtmatig verkregen bewijs. Het kan zijn dat voor de bewijsbeslissing potentieel relevant bewijsmateriaal buiten beschouwing moet worden gelaten, omdat het materiaal niet op rechtmatige wijze is verkregen terwijl het op zichzelf bezien wel bewijzende waarde heeft.3 In dit verband kan worden gedacht aan de inbeslagname van verdovende middelen in een huis zonder dat er een bevel tot doorzoeking is afgegeven. De niet-epistemologische waarden hebben niet alleen betrekking op het materiaal dat de rechter (of jury) ten grondslag aan zijn beslissing mag leggen, maar zijn ook van invloed op het door hemzelf te verrichten onderzoek. Zo kunnen de belangen van een getuige in de weg staan aan de oproeping van deze getuige ter terechtzitting ten behoeve van de beoordeling van de waarachtigheid van door hem afgelegde verklaringen. In het concrete geval zal een afweging tussen de verschillende aan het proces ten grondslag liggende waarden moeten worden gemaakt, waarbij de epistemologische waarde van het ‘beste’ bewijs niet altijd zal prevaleren. Zo zal ook het belang van het afdoen van een zaak binnen een redelijke termijn moeten worden afgewogen tegen het belang van meer en beter onderzoek.4
Zoals in het volgende hoofdstuk nog duidelijk zal worden, spelen niet-epistemologische waarden bij getuigenbewijs meer dan bij ander bewijsmateriaal een grote rol, in die zin dat de bescherming van de belangen van de persoon van de getuige soms voorrang krijgt boven een ‘optimale’ waarheidsvinding.