Informatierechten van aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/4.4:4.4 Regulering van het recht op inlichtingen
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/4.4
4.4 Regulering van het recht op inlichtingen
Documentgegevens:
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS972051:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het recht op inlichtingen laat beperkte ruimte voor regulering. Dat aandeelhouders ter vergadering recht hebben op informatie, kan gezien de heldere redactie van artikel 2:107/217 lid 2 BW niet ter discussie staan. Regulering van het informatierecht ter vergadering heeft met name betrekking op de ruimte die de aandeelhouder krijgt om vragen te stellen en de eisen die mogen worden gesteld aan de daarop te geven antwoorden, mede in het licht van het zwaarwichtig belang-criterium. Deze regulering vindt plaats aan de hand van artikel 2:8 BW.
Het belangrijkste gezichtspunt bij de toepassing van artikel 2:8 BW is mijns inziens de aard van de vennootschap. Hoe meer besloten het samenwerkingsverband, des te meer ruimte er is om vragen te stellen en des te ruimhartiger de vennootschapsleiding zich dient op te stellen in de beantwoording daarvan. Daardoor zal ook de drempel voor een succesvol beroep op een zwaarwichtig belang hoger komen te liggen. Dit sluit aan bij het gegeven dat de aandeelhoudersvergadering in besloten verhoudingen een sterkere overleg- en verantwoordingsfunctie zal hebben dan in beursvennootschappen. In de praktijk is ook te zien dat discussie bij beursvennootschappen veelal betrekkelijk oppervlakkig zijn, terwijl in besloten verhoudingen eerder een dialoog zal ontstaan waarbij informatie en gezichtspunten wederzijds worden uitgewisseld. Doordat de informatie in kleinere kring wordt verspreid en bekend is wie over deze informatie beschikt, is de kans bovendien kleiner dat gevoelige informatie in de openbaarheid komt. Ook is het bij een groot aantal aandeelhouders lastiger om de vergaderorde te bewaken en bestaat het risico dat een vergadering wordt verstoord (onder meer) door een spervuur aan vragen.
Voor alle duidelijkheid merk ik op dat het voorgaande ziet op de uitoefening van het recht op inlichtingen in algemene zin. Wanneer de aandeelhouder vragen stelt ter nadere duiding van een gegeven agendapunt, zijn de gezichtspunten die ik in het voorgaande hoofdstuk noemde tevens op die informatieverstrekking ter vergadering van toepassing.