Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/6.4:6.4 Bron
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/6.4
6.4 Bron
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
McCroskey 1992.
Crombag, Van Koppen & Wagenaar 2005, p. 50.
Hahn e.a. 2013, p. 17. Hahn en collega’s gaan vanuit het argumentatieperspectief meer in detail in op hoe de inhoud van een verklaring en de karakteristieken samenhangen bij het evalueren van een bepaald argument over een bewijsstuk en ageren tegen een strikte scheiding tussen inhoud en bron.
Anderson, Schum & Twining 2010, p. 71.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een belangrijk aanknopingspunt bij het beoordelen van getuigenverklaringen vormt de persoon die de verklaring aflegt. McCroskey stelt in dit verband: ‘People use source or ethos credibility as one of the elemental bases for judging messages.’1 De afgelopen decennia is het accent verschoven van de geloofwaardigheid van de persoon naar de inhoud van de verklaring, om de eenvoudige reden dat de geloofwaardigheid van de getuige zelf nog geen garantie geeft over de juistheid van diens verklaring, temeer daar de getuige in kwestie zich niet bewust hoeft te zijn van het feit dat hij een onjuiste verklaring aflegt. Inzicht in de cognitieve tekortkomingen van personen heeft geleid tot het besef dat van belang is om de inhoud van de verklaring zelf te toetsen en te kijken naar de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de bewering is gedaan.2 De persoon van de getuige zelf is daarmee enigszins naar de achtergrond geschoven. De gedachte is dat de verklaring voor zichzelf moet spreken en dat argumenten die gerelateerd zijn aan de bron eigenlijk geen rol zouden mogen spelen. Dit zien we bijvoorbeeld terug in de argumentatietheorie waarin autoriteitsargumenten en ad hominem argumenten (dat zijn argumenten gericht op het ondermijnen van de geloofwaardigheid van de bron) als oneigenlijk en niet-relevant worden beschouwd.3 Echter, het is een misvatting om te veronderstellen dat de persoon van de getuige er in het geheel niet toe doet. Als de getuige zijn verklaring heeft afgelegd terwijl hij leed aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens of terwijl er redenen zijn om te twijfelen aan zijn motieven, dan heeft dit rechtstreeks consequenties voor de waarde die mag worden gehecht aan de inhoud van de afgelegde verklaring.
In deze paragraaf wordt ingegaan op de oprechtheid van een getuige en de mate waarin hij in staat is een waarheidsgetrouwe verklaring af te leggen. In de Anglo-Amerikaanse juridische literatuur wordt dit laatste wel aangeduid met het begrip competence ofwel: competentie.4 Tot slot zal kort worden stilgestaan bij andere karakteristieken van de getuige die mogelijk van belang zijn voor een beoordeling van de geloofwaardigheid van diens verklaringen.
6.4.1 Oprechtheid6.4.2 Competentie6.4.3 Andere persoonskenmerken van de getuige