De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/212:212 Rechterlijke toetsing en het beëindigingsrecht van de bestuurder
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/212
212 Rechterlijke toetsing en het beëindigingsrecht van de bestuurder
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS372637:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Schlegelberger e.a. 1937, p. 348/349.
De bestuurder kan voor het einde van het volgende kwartaal met een beëindigingstermijn van zes weken zijn aanstelling beëindigen. Aangezien het beëindigingsrecht gebaseerd is op de bijzondere toestand van de bestuurder, komt de bestuurder niet nog een ander beëindigingsrecht toe.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De beslissing van de raad van commissarissen is niet definitief. Indien de bestuurder van mening is dat de aanpassing van zijn bezoldiging op grond van Abs. 2 niet rechtvaardig of niet passend is, kan hij naar de rechter stappen en verzoeken de hoogte van zijn bezoldiging vast te stellen. De rechter bepaalt vervolgens of aan de voorwaarden van Abs. 2 is voldaan en of de aanpassing passend is.1
Het recht van de raad van commissarissen om eenzijdig de bezoldiging aan te passen om daarmee de belangen van de vennootschap te behartigen, brengt noodzakelijkerwijze ook mee dat naar de bijzondere positie van de bestuurder dient te worden gekeken. Hij heeft immers op basis van de aan hem toegezegde bezoldiging zijn levensonderhoud ingericht. Het kan voor de bestuurder met een meerjarig contract een ‘besondere Harte’ zijn bij een niet-renderende vennootschap met een geringe bezoldiging te blijven. Om aan de bestuurder tegemoet te komen, heeft de wetgever in Abs. 2 tweede zin een beëindigingsrecht opgenomen. Hierdoor kan aan de bestuurder die een aanpassing van zijn bezoldiging op basis van § 78 Absatz 2 AktG dient te accepteren, zijn bewegingsvrijheid worden teruggegeven. De bestuurder kan in een dergelijk geval ervoor kiezen zijn aanstelling te beëindigen.2