Einde inhoudsopgave
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/3.5.2
3.5.2 Andere vormen van regulering
mr. G.P. Oosterhoff, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. G.P. Oosterhoff
- JCDI
JCDI:ADS346800:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
B.S. Black and H.T.C. Hu, Emtpy voting and hidden (morphable) ownership: taxonomy, implications and reforms, The Business Lawyer May 2006, Volume 61, nr. 3, p. 1064-1069 en B.S. Black and H.T.C. Hu, Equity and debt decoupling and empty voting II: importance and extensions, University of Pennsylvania Law Review, January 2008, Vol. 156 nr. 3, p. 707-714.
W.L. Tolbert Jr., L.H. Lepow en J.F. Cox, Borrowed voting, in: Briefly… Perspectives on legislation, regulation and litigation, Vol 11, No. 8, American Enterprise Institute Legal Center 2008, p. 17-20.
Zie G.T.M.J. Raaijmakers, Synthetische aandelenbelangen in beursvennootschappen, in: G.T.M.J. Raaijmakers en R. Abma, Achter de schermen van beursaandeelhouders, Preadvies van de Vereeniging ‘Handelsrecht’, Deventer: Kluwer 2007, p. 62-66 en de Securities Lending Code of Best Practice 2016 van het International Corporate Governance Network, https://icgn.flpbks.com/ icgn_securities-lending_2015/#p=1 , geraadpleegd op 27 januari 2017, zie voorts E. Wymeersch, Shareholder(s) matter(s), in: S. Grundmann e.a. (red.) Festschrift für Klaus J. Hopt zum 70. Geburtstag am 24. August 2010: Unternehmen, Markt und Verantwortung, De Gruyter 2010,p. 1574, W.-G. Ringe, The deconstruction of equity – Activist shareholders, decoupled risk, and corporate governance, Oxford University Press 2016, p. 40, 41 en 51 en W.-G. Ringe, Hedge funds and risk decoupling: the empty voting problem in the European Union, Seattle University Law Review, Winter 2013, 36, p. 1077-1082.
Hu en Black hebben ook gewezen op andere vormen van regulering die, net als transparantie, het gebruik van synthetische belangen indirect kunnen beïnvloeden. Zij noemen in dit verband het beïnvloeden van de krachten van vraag en aanbod op de markten die nodig zijn voor het creëren van synthetische belangen. Te denken valt aan het aanmoedigen van institutionele beleggers om zelf van hun stemrecht gebruik te maken (en dus geen aandelen uit te lenen wanneer er op de aandelen gestemd moet worden). Voorts zouden informatieplichten kunnen worden opgelegd aan partijen die met elkaar transacties aangaan waardoor synthetische belangen worden gecreëerd. Zij zouden (jegens elkaar) openheid moeten betrachten over het beoogde gebruik van die belangen – een variant op know-your-customer regels. De wetenschap van de intenties van de (aspirant)wederpartij zou met name banken voorzichtiger kunnen maken wat betreft het meewerken aan dergelijke transacties.1 Een enigszins vergelijkbare benadering beschrijven Tolbert, Lepow en Cox. Zij bepleiten, vooral in het kader van securities lending, dat aandeelhouders hun juridische gerechtigdheid alleen zouden moeten overdragen indien sprake is van informed consent over het gebruik van het stemrecht.2
Voorts valt te denken aan zelfregulering. Bij verschillende vormen van synthetische belangen is daar sprake van, zoals bij securities lending door institutionele beleggers, bijvoorbeeld in het kader van het International Corporate Governance Network in diens Securities Lending Code of Best Practice, herzien in 2016. Dergelijke regulering is naar haar aard niet dwingend en bestrijkt bepaald niet alle vormen van synthetische belangen.3