Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/4.3.1.3:4.3.1.3 Interne aspect
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/4.3.1.3
4.3.1.3 Interne aspect
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS489662:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uitgangspunt is art. 3:172 zoals hiervoor onder 4.2.1.2 besproken.
De bepaling die hier nadere bespreking behoeft is art. 3:174.
Naar mijn oordeel verzet mandeligheid ex art. 5:60 zich niet tegen toepassing van deze regel. Weliswaar is als gevolg van de afspraken tussen de deelgenoten een aandeel in de mandelige zaak niet meer los van de erven te vervreemden en is een vordering tot verdeling uitgesloten, maar staat dit niet in de weg aan vervreemding van de gehele mandelige zaak teneinde schulden die voor rekening van de gemeenschapkomen te voldoen. Op deze wijze eindigt de gemeenschapen derhalve ook de mandeligheid (vgl. art. 5:61 lid 1 sub a: zie hierover hoofdstuk 8).
Ik merk hierbij op dat art. 3:174 ook van toepassing is op die gemeenschappen die ingevolge art. 3:178 niet voor verdeling vatbaar zijn alsmede die gemeenschappen waarvan ex art. 3:175 over de onverdeelde aandelen niet beschikt mag worden.
Bovendien lijkt mij deze regel praktisch in die gevallen waarin deelgenoten onwillig zijn mee te betalen aan een schuld voor rekening van de gemeenschap.
In verband met mandeligheid ex art. 5:62 kan een machtiging als in art. 3:174 bedoeld niet worden verleend. De aard van deze zaken verzet zich daartegen.