Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/4.4.3
4.4.3 Uitspraak
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174097:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
In dit hoofdstuk wordt om praktische reden de verzamelnaam ‘beslissingen’ gebruikt voor beschikkingen, vonnissen, arresten en uitspraken.
In civiele zaken is de verplichting om in rechtbankzaken de namen van de rechters te vermelden in het vonnis vastgelegd in artikel 230, eerste lid onder g, Rv, met schakelbepalingen voor de arresten van het hof in artikel 353, eerste lid, Rv en voor de arresten van de Hoge Raad in artikel 418a Rv. Een unusrechter dan wel voorzitter van een meervoudige kamer en de griffier dienen een civiel vonnis of arrest te ondertekenen op grond van artikel 230, derde lid (rechtbank), artikel 353, eerste lid (hof), dan wel artikel 418a Rv (Hoge Raad). Voornoemde bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op beschikkingen krachtens artikel 287 Rv (rechtbank), artikel 362 Rv (hof) en artikel 418a Rv (Hoge Raad). In strafzaken is vermelding van de namen vereist op grond van artikel 357, tweede lid, Sv. Artikel 365, eerste lid, Sv bepaalt dat de rechters in de rechtbank die over de zaak hebben geoordeeld, alsook de griffier, binnen 48 uur na de uitspraak de beslissing ondertekenen. Het Wetboek van Strafvordering bevat schakelbepalingen voor arresten van het gerechtshof in artikel 415, eerste lid, Sv; en voor arresten van de Hoge Raad in artikel 442, eerste lid, Sv. In bestuurszaken dient bij mondelinge uitspraak het proces-verbaal te worden ondertekend door de voorzitter van de meervoudige kamer dan wel de unusrechter krachtens artikel 8:67, vierde lid, jo. 8:11, tweede lid, Awb. De schriftelijke uitspraak vermeldt de namen van de rechters die de zaak hebben behandeld op grond van artikel 8:77, eerste lid onder d. Volgens lid 3 wordt de uitspraak ondertekend door de voorzitter van de meervoudige kamer dan wel de unusrechter alsook door de griffier.
In bestuurszaken wordt de term uitspraak zowel gebruikt voor het stuk dat de beslissing bevat als voor de mondelinge openbaarmaking ervan (‘het uitspreken’).
Een rechtsgeding levert meestal een of meer rechterlijke beslissingen op. Deze kunnen een tussen-, eind- of deelbeslissing inhouden. De benaming van de beslissing – vonnis, arrest, beschikking of uitspraak – hangt af van het type procedure. Met het uitspreken ervan wordt de rechterlijke beslissing bekendgemaakt.1 De uitspraak gebeurt in het openbaar. De beslissing moet ook de gronden bevatten die de rechters tot hun oordeel hebben gebracht (art. 6 EVRM en art. 121 Gw). Worden deze voorschriften overtreden, dan volgt nietigheid van de beslissing (art. 5, eerste lid, Wet RO). Verder moet een beslissing de naam vermelden van de rechter of rechters door wie deze is gegeven, gewezen dan wel gedaan. Ze wordt ondertekend door de voorzitter van de meervoudige kamer of door de unusrechter.2
Het uitspreken van een vonnis, arrest of beschikking gebeurt in civiele zaken door een lid c.q. de voorzitter van de kamer die vonnis of arrest heeft gewezen of de beschikking heeft gegeven. Ook de rolrechter of rolraadsheer kan deze taak hebben (art. 18, tweede lid, Rv jo. art. 16, eerste lid, Besluit orde van dienst gerechten). In strafzaken geschiedt de uitspraak zo mogelijk door de voorzitter of een van de rechters of raadsheren die over de zaak hebben geoordeeld. In bestuurszaken wordt de beslissing zo mogelijk ter zitting meegedeeld door de rechters of raadsheren die over de zaak hebben geoordeeld (art. 8:78 Awb; art. 8:67, eerste lid, Awb jo. art. 16, derde lid, Besluit orde van dienst gerechten).3