NJB 2025/1117:Bij de strafoplegging rekening houden met een niet tenlastegelegd feit: de rechter is dit onder meer toegestaan wanneer de verdachte voor dit feit onherroepelijk is veroordeeld – waarmee een onherroepelijke strafbeschikking wordt gelijkgesteld – en dit feit wordt vermeld ter nadere uitwerking van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De Hoge Raad zet uiteen wanneer daarbij vereist is dat de veroordeling of de strafbeschikking voor dat feit in beginsel onherroepelijk is. In casu heeft het hof de strafoplegging mede gebaseerd op de vaststelling dat ‘de verdachte (...) eerder is veroordeeld voor strafbare feiten’. Het Uittreksel Justitiële Documentatie waarnaar het hof in zijn strafmotivering verwijst, bevat weliswaar inderdaad twee veroordelingen, maar die betreffen de veroordeling van de rechtbank in deze zaak en een veroordeling van de rechtbank in een straf- en ontnemingszaak waartegen hoger beroep is ingesteld en die ten tijde van de uitspraak van het hof dus nog niet onherroepelijk was. Verder maakt het uittreksel melding van een sepotbeslissing en drie transacties, maar anders dan een strafbeschikking kan, mede gelet op art. 78b Sr, een transactie niet worden gelijkgesteld met een veroordeling. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd.