De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/202:202 In een passende verhouding tot
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/202
202 In een passende verhouding tot
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS367838:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bericht über die Sitzung des Ausschusses für Aktienrecht der Akademie für Deutsches Recht von 30.11.1934, p. 44 e.v. in: Schubert 1986, p. 334 e.v. Zie ook Bayer & Habersack 2007.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast een bepaling om de bezoldiging van bestuurders aan te passen indien er sprake is van een dusdanig verslechterde toestand van de vennootschap, is de wetgever voornemens een meer algemene regeling ten aanzien van de vaststelling van de bezoldiging van bestuurders in het leven te roepen. De wetgever ‘bemoeit’ zich dus zowel met het vaststellen van de bezoldiging vooraf als het aanpassen van de bezoldiging achteraf.
Aan de, door de nationaalsocialisten in het leven geroepen, ‘Akademie für Deutsches Recht’ wordt gevraagd een voorstel voor een wettelijke regeling op te stellen. Dit voorstel komt er als volgt uit te zien:
“Die festen Bezüge der Mitglieder des Vorstands müssen in einem angemessenen Verhältnis zu ihren Leistungen, zur Lage der Gesellschaft und zu den in Unternehmen dieser Art üblichen Bezügen der Angestellten und Arbeiter stehen.”
De vaste bezoldiging van bestuurders dient in een passende verhouding te staan tot de prestaties van de bestuurder, de toestand van de vennootschap en tot de gebruikelijke bezoldiging van overige werknemers waaronder de werknemers. De grondgedachte achter deze regeling is, dat bij het omgaan met bezoldigingsvraagstukken door de grote vennootschappen de (bedrijfs)economische overwegingen worden meegenomen, maar “die psychologische Rücksichtnahme auf die übrigen Bevölkerungskreise” wel eens wordt vergeten. De wetgever wil met deze regeling op zijn minst een richtlijn geven aan vennootschappen. Door de bezoldiging van bestuurders te koppelen aan de bezoldiging van de werknemer wil de Akademie für Deutsches Recht de spanningen tussen de verschillende lagen tegengaan en voor “ein gewisses Mindestmaß sozialer Gerechtigkeit” zorgen.1