Einde inhoudsopgave
Vijandige overnames (IVOR nr. 79) 2010/2.2.1
2.2.1 Vennootschapsrecht
mr. M.J. van Ginneken, datum 23-11-2010
- Datum
23-11-2010
- Auteur
mr. M.J. van Ginneken
- JCDI
JCDI:ADS621362:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor de volledigheid noem ik ook het feit dat de toepasselijke beursregels van Euronext Amsterdam (en van buitenlandse beurzen, indien vennootschappen daar ook een notering hebben) voor beursvennootschappen van belang zijn. In het navolgende ga ik waar relevant op deze beursregels in.
Op het terrein van de financiële verslaggeving zijn er de laatste jaren veel ontwikkelingen, mede afkomstig van de Europese wetgever. Op grond van de Europese JAS Verordening uit 2002 dienen beursvennootschappen met ingang van 1 januari 2005 hun jaarrekening op te stellen conform IFRS. Verordening 2002/1606/EG, PBEG L 243. Ook de Transparantie-richtlijn en de implementatie daarvan heeft een aantal gevolgen voor de inrichting en publicatie van de financiële verslaggeving door beursvennootschappen. Zie hierover Krol (2008b). Het gaat onder meer om verplichtingen met betrekking tot de inrichting van jaarverslagen, halfjaarverslagen en kwartaalverslagen. Daarnaast is er een aantal voorwaarden voor de wijze van algemeen verkrijgbaar stellen en deponeren van de informatie. Ten slotte is een belangrijke ontwikkeling op dit terrein is de inwerkingtreding van de Wet toezicht financiële verslaggeving (Wtfv) (Stbl. 2006, 569) op 31 december 2006 (Stbl. 2006, 571). Zie hierover o.a. Sterk (2008), Krol (2008a). Zie over het voorontwerp van het wetsvoorstel o.a. Josephus Jitta (2004) en Hijink (2005). Hiermee is in Nederland actief publiek toezicht op de financiële verslaggeving van beursvennootschappen geïntroduceerd. Het toezicht wordt uitgeoefend door de AFM. De handhaving van dit inhoudelijk toezicht vindt plaats langs civielrechtelijke weg.
Art. 2:140 lid 2 BW.
Zie art. 2:132 lid 1 BW voor bestuurders en art. 2:142 lid 1 BW voor commissarissen.
Zie Principe I11.8 en de daarbij behorende best practice bepalingen.
Zie Wetsvoorstel tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van regels over bestuur en toezicht in naamloze vennootschappen (31763). Zie hierover o.a. Van Olffen (2009), Timmerman (2008c), Dortmond (2009) en (over het voorontwerp van dit wetsvoorstel) Dortmond (2008a). Zie over one-tier boards ook al o.a. Dumoulin (2005), Dortmond (2002) en Winter (2002).
Voor de regulering van Nederlandse beursvennootschappen is met name het vennootschapsrecht en het effectenrecht van belang.1 Beursvennootschappen zijn doorgaans naamloze vennootschappen (NV's), die worden beheerst door de bepalingen uit Boek 2 BW. In Boek 2 BW worden klassieke corporate governance onderwerpen geregeld, zoals de allocatie van bevoegdheden tussen de vennootschapsleiding en de algemene vergadering van aandeelhouders (ava), bepalingen over het functioneren van de ava en de individuele rechten van aandeelhouders. Voorts bevat Boek 2 bepalingen omtrent de opmaking en openbaarmaking van de jaarrekening en het jaarverslag.2 De regels uit Boek 2 zijn over het algemeen van dwingend recht.3
De managementstructuur van een Nederlandse beursvennootschap bestaat doorgaans uit twee organen, het bestuur en de raad van commissarissen (rvc). Hierbij is het bestuur het uitvoerende orgaan dat is belast met het besturen van de vennootschap.4 De rvc is belast met het houden van toezicht op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken bij de vennootschap en de aan haar verbonden onderneming. Bovendien dient de rvc het bestuur ter zijde staan door het geven van advies.5 Zowel bestuurders als commissarissen worden benoemd door de ava.6 Beide organen opereren onafhankelijk van elkaar en hebben collectieve bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Dit wordt ook wel het two-tier of het dualistisch model genoemd. Het is mogelijk om binnen de wettelijke kaders bij de inrichting van de vennootschap te kiezen voor een one-tier board, waarbij uitvoerende bestuurders (executives) en toezichthoudende bestuurders (non-executives) in een orgaan zitting hebben. Een aantal vennootschappen heeft ook daadwerkelijk gekozen voor dit model, ook wel het monistisch model genoemd. De Nederlandse Corporate Governance Code (de Code) bevat een aantal speciale bepalingen voor one-tier boards.7 Inmiddels is er ook een wetsvoorstel aanhangig dat het gebruik van een one-tier board in de wet moet verankeren.8 In het navolgende ga ik uit van het dualistische model, dat nog steeds het meest voorkomende model is.