Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/149
149 Een schets van het vaststellingsproces in de praktijk
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS369056:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
De institutionele aanpak wordt onder meer beoefend door DiPrete, Eirich & Pittinsky 2010, p. 1671-1712. Zij beargumenteren dat het overbetalen van bestuurders op basis van de managerial powertheorie de hoogte van de bezoldiging van andere ondernemingen beïnvloedt doordat het verspreid wordt door het wijdverbreide gebruik van benchmarken. Zie tevens Wade, Porac & Pollock 1997, over de manieren waarop de remuneratiecommissies de bezoldigingspraktijken rechtvaardigen aan aandeelhouders. Zie voor het meest baanbrekende onderzoek waarop een belangrijk deel van dit hoofdstuk is gebaseerd: Elson & Ferrere 2012.
Elson & Ferrere 2012, p. 7.
Het feit dat de heersende theorieën omtrent de vaststelling en stijging van de bezoldiging van bestuurders geen sluitende verklaring kunnen bieden, dwingt tot een meer institutionele benadering om de oorzaak van de stijging van de bezoldiging te verklaren en te onderzoeken of onregelmatigheden aan deze stijging ten grondslag liggen.1 Daarbij zal specifiek gekeken worden naar het vaststellingsproces in de praktijk en de wijze waarop de raad van commissarissen de onderhandelingen over de ex ante bezoldiging met de bestuurder aangaat.
Hoewel de bezoldigingsniveaus en -structuren per land verschillen, blijkt de wijze van totstandkoming van de bezoldiging bij beursgenoteerde ondernemingen in zowel de Verenigde Staten als in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Nederland in grote mate overeen te komen. Deze wijze van totstandkoming zorgt ervoor dat de hoogte van de bezoldiging, in plaats van gebaseerd te zijn op fundamentele economische waarden, wordt bepaald op basis van de normatieve praktijk. Opvallend is, dat de bezoldiging derhalve grotendeels niet gerelateerd is aan de (traditionele economische) marginale waarde van de bestuurder, maar afhangt van hetgeen door de raad van commissarissen als een eerlijke, redelijke en noodzakelijke bezoldiging wordt gezien.2