V-N 2025/6.3
Toerekening van vermogen trust ondanks uitsluiting als begunstigde
Rb. Zeeland-West-Brabant 30-10-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:7323, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum
30 oktober 2024
- Magistraten
Beukers-van Dooren, Willems-Ruesink, De Werd
- Zaaknummer
BRE 20/8064 en BRE 20/8066 tot en met BRE 20/8072
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS996115:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
Fiscaal procesrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Financiële planning / Estate planning
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBZWB:2024:7323, Uitspraak, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30‑10‑2024
- Wetingang
art. 16 lid 4 AWR; art. 6 EVRM; art. 2.14a Wet IB 2001
Essentie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de adviseur van X, die namens haar de aangiften heeft gedaan, te kwader trouw is geweest door de trust van haar vader te verzwijgen.
Samenvatting
X is één van de vier dochters van haar vader, die in 2008 is overleden. De vier dochters zijn diens erfgenamen. Vader heeft in 1999 een buitenlandse irrevocable discretionary trust ingesteld, met zijn echtgenote en dochters als begunstigden. Voorts is in december 2003 een stichting opgericht, die certificaten heeft uitgegeven aan alle vier de dochters (ieder 25%). Het vermogen van de stichting neemt jaarlijks af door uitkeringen aan de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.