Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/134
134 De functies van de lange termijn bezoldiging
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS366585:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Hiermee wordt eveneens een voortijdig vertrek van de bestuurder op een hoogtepunt voorkomen. Overeengekomen dient te worden dat het hedgen van deze terugvorderingsrisico’s niet zijn toegestaan.
De lange termijn beloning valt in dit geval primair samen met de lange termijn aandeelhouderswaarde van de vennootschap.
De Executive Remuneration Working Group in het Verenigd Koninkrijk kwam tot de conclusie dat de waarde van een dergelijke lange termijn variabele beloning uitkomt op slechts 50% van de huidige LTIP’s. Zie Executive Remuneration Working Group, Final Report, July 2016, p. 22. Zie ook Green Paper: Corporate Governance Reform, BEIS, November 2016, p. 33.
In het Verenigd Konkrijk wordt gedacht aan een aandelenbezit van ongeveer tweemaal de totale jaarlijkse bezoldiging. Green Paper: Corporate Governance Reform, BEIS, November 2016, p. 33; The Purposeful Company interim executive remuneration report, November 2016 (te raadplegen op www.biginnovationcentre.com (laatst bezocht op 4 augustus 2017)).
Green Paper: Corporate Governance Reform, BEIS, November 2016, p. 32 onder verwijzing naar Edmans, Fang, Lewellen, ‘Equity Vesting & Investment’, Oktober 2016; The Purposeful Company interim executive remuneration report, November 2016 (te raadplegen op www.biginnovationcentre.com (laatst bezocht op 4 augustus 2017)).
Zie hierover meer uitgebreid randnummer 428.
Richtlijn (EU) 2017/828, nr. (38).
Richtlijn (EU) 2017/828, nr. (39).
De functieverschuiving zorgt er daarnaast voor dat de visie op de lange termijn bezoldiging van kleur verschiet. Deze variabele bezoldiging dient niet langer afhankelijk te worden gemaakt van een vooraf vastgestelde prestatiemaatstaf en bijbehorende doelstelling. Er dient ruimte te worden gelaten aan de raad van commissarissen om het succes van de onderneming in haar volle omvang te wegen waarbij ook kan worden meegenomen hoe tot het gemeten succes is gekomen.
Hierbij is niet gezegd dat de verschillende indicatoren die worden meegenomen niet op voorhand bekend mogen zijn, maar wel dat de bestuurder alleen bij vaststelling van daadwerkelijk duurzaam succes in aanmerking komt voor een variabele bezoldiging. Het verbeteren van een indicator leidt dus niet automatisch tot een verhoogde bezoldiging.
Ook hier geldt dat de informatieve waarde van een indicator zoals winst per aandeel (WPA) wordt behouden wanneer de bezoldiging niet direct aan deze maatstaf is gekoppeld. Zo is er ruimte om bij een verbetering van de WPA te bezien of deze verbetering voortvloeit uit een overmatig inkopen van eigen aandelen of het vergroten van de winst. Daarnaast is de raad van commissarissen bij zijn beloningsbeslissing niet beperkt tot alleen de WPA maar zal hij ook andere informatie kunnen meenemen om het succes van de onderneming in haar volle omvang vast te stellen.
Doordat de variabele bezoldiging niet langer de bestuurder vooraf hoeft te sturen, wordt het voor de raad van commissarissen eenvoudiger om deze vorm te geven. Drie functies van bezoldiging zijn daarbij richtinggevend: (i) het aantrekken en behouden van de bestuurder, (ii) kostenefficiëntie en (iii) het belonen van de bestuurder bij daadwerkelijk succes van de onderneming.
Enkele handvatten zijn aan te reiken. Het behouden van de bestuurder kan meebrengen, dat een deel van de variabele bezoldiging afhankelijk wordt gemaakt van de periode dat de bestuurder in functie is. Vertrekt de bestuurder voortijdig dan verliest hij dus het recht op (een deel van) dit gedeelte van de variabele bezoldiging. De rest van de variabele bezoldiging zal alleen mogen worden toegekend of uitgekeerd indien daadwerkelijk sprake is van succes van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming, zodat tegemoet wordt gekomen aan de twee andere functies. Hierdoor wordt een redelijkheidstoets geïncorporeerd in de toekenning en uitkering van dit deel van de variabele bezoldiging. Een consequentie hiervan is dat de variabele bezoldiging onderhevig zal moeten zijn aan een terugvorderingsbevoegdheid (claw back) wanneer het gemeten succes vanwege zich later realiserende risico’s uiteindelijk geen succes blijkt te zijn. Daarnaast zal een deel van de variabele bezoldiging pas enkele jaren na het vertrek van de bestuurder kunnen worden uitgekeerd.1
Wanneer de lange termijn variabele bezoldiging wordt uitgekeerd in aandelen (of aandelengerelateerde instrumenten) dan gelden in ieder geval drie aandachtspunten.
Allereerst dient te worden besloten over de vormgeving en toekenning van deze lange termijn beloning. Wanneer vorengenoemde drie functies in acht worden genomen, kunnen de veelal complexe Long Term Incentive Plans worden vervangen door eenvoudige aandelenplannen die voor een lange termijn aangehouden dienen te worden (onder meer afhankelijk van de periode dat de bestuurder in functie is). Hierdoor kan afscheid genomen worden van de huidige gecompliceerde en verstorende prikkels die het belonen voor prestatiemaatstaven zoals EPS en TSR met zich meebrengt.2 Een andere consequentie is dat deze beloningen een meer gegarandeerd karakter hebben. In tegenstelling tot opties behouden deze restricted stock immers ook bij een daling van de aandelenkoers een deel van hun waarde. Een voordeel hiervan is dat deze vorm van belonen door de hogere mate van zekerheid aantrekkelijker is waardoor in totaal een lagere lange termijn variabele bezoldiging kan worden toegekend aan bestuurders.3 Vervolgens zal bepaald moeten worden hoeveel beloningsaandelen de bestuurder dient te ontvangen in verhouding tot zijn jaarlijkse bezoldiging en hoe lang hij deze beloningsaandelen aan moet houden.4
“[…] there is growing evidence that the usual one to three year holding period for share options provided in executive remuneration packages is too short, and can incentivise short-term behaviour; for example, by encouraging CEOs to postpone new investments or expenditure as the vesting period for their shares falls due, in order to avoid any temporary reduction in the company’s share price and the value of their soon-to-be-exercisable shares.”5
De twee andere aandachtspunten hebben betrekking op het moment dat deze instrumenten te gelde worden gemaakt. Zo ligt het voor de hand dat in ieder geval een substantieel deel van de beloningsaandelen moet worden aangehouden tot een bepaalde periode nadat de bestuurder vertrokken is. Indien de bestuurder in de gelegenheid wordt gesteld een deel voortijdig te vervreemden, dan zal in het geval van een going concern het uitgangspunt zijn dat de bestuurder ruim van tevoren aangeeft aan de raad van commissarissen wanneer en hoeveel beloningsaandelen hij wenst te verkopen. Om te voorkomen dat de bestuurder in de verleiding komt de aandelenkoers kunstmatig te verhogen of hoog te houden als het moment van verkoop nadert, dient de raad van commissarissen over een discretionaire bevoegdheid te beschikken om, indien daar een redelijke aanleiding toe bestaat, het verkregen bedrag neerwaarts bij te stellen (bijvoorbeeld door een gemiddelde te nemen bij een daling van de aandelenkoers binnen een bepaalde periode).
Een derde aandachtspunt heeft te maken met de omstandigheid dat de horizon van een bestuurder wordt verkort – bijvoorbeeld vanwege een majeur corporate event – waardoor de aandelen die hij als bezoldiging heeft gekregen de functie die zij in geval van een going concern hebben (dreigen te) verliezen. Op het moment van toekennen van deze vorm van bezoldiging dient vastgesteld te worden welke functie deze variabele bezoldiging zal vervullen onder zulke gewijzigde omstandigheden.6
Deze wijze van bezoldigen voor de lange termijn is in lijn met de eisen die de herziene aandeelhoudersrechtenrichtlijn stelt. “Het is van essentieel belang de bezoldiging en de prestaties van bestuurders niet alleen op jaarbasis maar ook over een passende periode te beoordelen zodat aandeelhouders, potentiële beleggers en belanghebbenden naar behoren kunnen nagaan of de bezoldiging lange termijn prestaties beloont, en kunnen meten hoe de prestaties en de bezoldiging van de bestuurders zich op middellange tot lange termijn ontwikkelen, met name ten opzichte van de prestaties van de vennootschap. In veel gevallen valt pas verscheidene jaren nadien te beoordelen of de toegekende bezoldiging aansloot bij de lange termijn belangen van de vennootschap. Met name de toekenning van lange termijn stimulansen kan perioden van zeven tot tien jaar bestrijken en met uitstelperioden van verscheidene jaren worden gecombineerd.”7 Het is ook belangrijk de aan een bestuurder toegekende bezoldiging te kunnen beoordelen over de volledige periode dat hij bestuurder van een bepaalde vennootschap is. In de Europese Unie blijven bestuurders gemiddeld zes jaar lang in het bestuur van een vennootschap, hoewel dat in sommige lidstaten meer dan acht jaar is.8