De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/85:85 Self-serving bias
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/85
85 Self-serving bias
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS369046:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Nasim Taleb 2008; Zie ook Winter 2010, p. 6.
Eén van de eerste wetenschappers die over cognitieve dissonantie schreef was Leon Festinger in zijn werk ‘When Prophecy Fails’, zie Festinger, Riecken & Schachter 1956.
Denk onder meer aan timing, bepaalde omstandigheden, inbreng van anderen en simpelweg datgene dat wij ‘geluk’ noemen omdat wij het rationeel niet anders kunnen plaatsen.
Winter 2010, p. 6/7.
Garvey & Milbourn 2003.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het belonen vanuit het perspectief van de bestuurder brengt nog een andere moeilijkheid met zich. Nassim Taleb wijst in zijn boek ‘The Black Swan’ op het menselijk fenomeen om gebeurtenissen uit te leggen op een manier die positief is voor ons zelfbeeld waardoor wij de werkelijkheid negeren, die vaak complexer en minder geordend is dan wij willen doen voorkomen.1 Ten grondslag hieraan ligt het sociaal-psychologische begrip ‘cognitieve dissonantie’. Wij ervaren een onaangename spanning wanneer wij geconfronteerd worden met twee onverenigbare cognities, bijvoorbeeld wanneer wij het idee hebben dat wij ons buitengewoon hebben ingespannen om een positief resultaat te bereiken, terwijl wij waarnemen dat het resultaat ondanks deze inspanning negatief is. In een dergelijk geval voelen mensen een sterke drang de dissonanties te verkleinen door ofwel onze opvattingen over onze inspanning te veranderen of te rationaliseren waarom er gefaald is.2 Daarbij hebben wij de neiging gebeurtenissen op een voor ons zelfbeeld positieve manier uit te leggen. Dit laatste wordt in de sociale psychologie onze ‘self-serving bias’ genoemd die onderdeel uitmaakt van de attributietheorie. Positieve gebeurtenissen attribueren wij intern (het ligt aan onszelf), terwijl negatieve gebeurtenissen juist extern worden geattribueerd (het ligt aan iets of iemand anders). Door onze self-serving bias zijn wij geneigd onze eigen invloed op succes te overschatten en andere factoren, die vaak een relevantere bijdrage hebben geleverd aan dit succes, te negeren.3 Als wij daarentegen te maken krijgen met falen onderschatten we onze invloed en wijzen wij sneller naar oorzaken die buiten onze invloedsfeer liggen.
Het overschatten van onze eigen invloed bij succes en het onderschatten van onze eigen invloed bij falen zorgt voor een opportunistisch perspectief van de bestuurder op de vraag waarvoor hij beloond dient te worden: (i) het toevoegen van waarde of (ii) het verrichten van inspanningen. Als het goed gaat met de onderneming dan wordt gesteld dat de bestuurder beloond dient te worden voor de gecreëerde waarde, onafhankelijk van de vraag hoeveel waarde de bestuurder zelf precies heeft gecreëerd en hoeveel waarde toe te schrijven is aan factoren die buiten de invloedsfeer van de bestuurder liggen. Gaat het minder goed met de onderneming, dan wordt veelal gewezen op de buitengewone inspanningen van de bestuurder die beloond dienen te worden.4 Uit onderzoek van Garvey en Milbourn blijkt dat de self-serving bias van bestuurders doorwerkt in de praktijk doordat bestuurders wel beloond worden voor ‘geluk’, maar niet gestraft worden voor ‘pech’.5 Het belonen vanuit het perspectief van de bestuurder is vanuit de pay-for-performancebenadering nodig om de bestuurder optimaal te motiveren. Vanwege de self-serving bias lijkt het belonen vanuit het perspectief van de bestuurder echter te leiden tot wisselende rechtvaardigingsgronden waarvoor beloond dient te worden, die uitgelegd worden in het voordeel van de bestuurder.