BNB 2026/85
Vrijheid rechter bij bepalen omvang matiging proceskostenvergoeding
HR 24-04-2026, ECLI:NL:HR:2026:721
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 april 2026
- Magistraten
Mrs. Feteris, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
25/00094
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Waardering onroerende zaken (V)
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:721, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑04‑2026
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑04‑2026
- Wetingang
Essentie
Vrijheid rechter bij bepalen omvang matiging proceskostenvergoeding
Samenvatting
In een WOZ-zaak heeft het Hof alleen de klacht gegrond verklaard dat de Rechtbank de Heffingsambtenaar had moeten opdragen het voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht te vergoeden in verband met toekenning van vergoeding van immateriële schade. Het Hof heeft de proceskostenvergoeding in hoger beroep gematigd tot een bedrag van € 60.
HR: Het oordeel van het Hof dat aanleiding bestaat om de vergoeding voor de kosten van het hoger beroep te matigen geeft niet blijk van een onjuiste opvatting en is niet ontoereikend gemotiveerd.
Indien de rechter ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.