Vijandige overnames
Einde inhoudsopgave
Vijandige overnames (IVOR nr. 79) 2010/7.3.4:7.3.4 Proxy contests in Nederland
Vijandige overnames (IVOR nr. 79) 2010/7.3.4
7.3.4 Proxy contests in Nederland
Documentgegevens:
mr. M.J. van Ginneken, datum 23-11-2010
- Datum
23-11-2010
- Auteur
mr. M.J. van Ginneken
- JCDI
JCDI:ADS614104:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het voorgaande blijkt dat in Nederland geen efficiënt systeem van stemmen op afstand bestaat. Het zal dan ook niet verbazen dat proxy contests zoals deze in de VS bekend zijn in Nederland tot nu toe niet voorkomen. De reden hiervoor is eenvoudig. Er is geen vergelijkbaar systeem van proxy voting. Het Communicatiekanaal, dat er nog het dichtst bij in de buurt komt, biedt wel de infrastructuur voor stemmen op afstand, maar wordt maar door een beperkt aantal vennootschappen gebruikt. Bovendien wordt maar een beperkt aantal aandeelhouders bereikt. Daarnaast is het zo, dat er via het Communicatiekanaal geen stemadvies mag worden gegeven. Aandeelhouders hebben wel toegang en kunnen via de mee te zenden informatie wel aangeven hoe zij vinden dat er gestemd zou moeten worden, maar zij mogen niet oproepen op die manier te stemmen. Zij mogen ook geen volmacht vragen. Dit geldt ook voor de vennootschap. Bovendien bestaat geen met Regel 14a-7 vergelijkbare toegang. Dit maakt het systeem niet echt geschikt voor een proxy contest zoals deze bestaat in de VS.
Ook buiten de sfeer van het Communicatiekanaal komen proxy contests, die theoretisch misschien wel mogelijk zijn, niet of nauwelijks voor. Dat komt door het feit dat er buiten het Communicatiekanaal geen efficiënte manieren zijn om medeaandeelhouders te bereiken en op een gemakkelijke manier te vragen een volmacht af te geven. Wat dat betreft is interessant te bezien dat bij de strijd tussen RNA en Westfield, RNA wel heeft geprobeerd een proxy contest aan te wakkeren via de steun aan een daartoe opgerichte stichting SBBR, maar dat dat in de praktijk nauwelijks effect heeft gehad. Belangrijk is wel dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat dergelijke steun geoorloofd is. Hieruit valt op te maken dat als er dus wel een infrastructuur zou zijn, een vennootschap hiervan actief gebruik zou mogen maken om haar standpunt te ondersteunen. Als volmachtverwerving zich al voordoet, is dit niet structureel en geheel ongeregeld.1 In Nederland bestaan geen specifieke regels over actieve volmachtverwerving. Nergens in de wet of in de beursregels wordt het onderwerp geregeld. Besturen, aandeelhouders of andere bij de vennootschap betrokkenen die volmachten willen verwerven zullen zich dienen te houden aan wat de redelijkheid en billijkheid uit art. 2:8 BW in het algemeen voorschrijft. Daarnaast zullen zij slechts behoeven te zorgen dat zij niet handelen in strijd met art. 6:162 BW.2 Ten slotte zouden ook de marktinisbruikregels een rol kunnen spelen. Binnen deze ruime grenzen, die met uitzondering van de marktinisbruikregels civielrechtelijk moeten worden gehandhaafd, speelt de volmachtverwerving en -verlening in Nederland zich af.
Er zijn mij maar enkele voorbeelden bekend waarbij de vennootschapsleiding actief volmachten heeft proberen te werven.3 Naast — tot op zekere hoogte — RNA, heeft alleen het bestuur van Caland Holdings in het begin van de jaren '80 tweemaal geprobeerd om op grote schaal volmachten te verwerven. Het bestuur stuurde stemvolmachten en een verkorte versie van het jaarverslag naar banken en commissionairs. Zij moesten deze op hun beurt weer doorsturen naar hun cliënten, die bij hen een deposito hadden waarin aandelen Caland zaten. Daarnaast werden de aandeelhouders door een advertentie op de mogelijkheid gewezen om volmacht te verlenen. De hoeveelheid volmachten die uiteindelijk werd verleend viel tegen, en mede door de hoge kosten werd het systeem na twee jaar al weer verlaten.
Ook volmachtverwerving door anderen dan het bestuur komt in Nederland ogenschijnlijk niet vaak voor. Er is in Nederland eigenlijk maar een geval van volmachtverwerving bekend dat enigszins lijkt op het Amerikaanse proxy solicitation. Het initiatief hiertoe werd genomen door de actiegroepen Stichting Werkgroep Kairos en 'Pax Christi Nederland'. Zij probeerden voor de aandeelhoudersvergaderingen van NV Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij in 1978 en 1979 volmachten te verwerven ter ondersteuning van hun standpunten. Door advertenties in dagbladen probeerden zij aandeelhouders te overtuigen hun volmacht te verlenen aan een door deze groeperingen aangewezen derde. Deze gevolmachtigde zou dan op de ava de verworven stemmen uitbrengen op de in de advertenties aangegeven wijze. De volmachten zouden op de eerste ava gebruikt worden ter ondersteuning van een motie aangaande het beleid van het bestuur met betrekking tot de aanwezigheid van Shell-maatschappijen in Zuid-Afrika. Op de tweede ava zouden de volmachten gebruikt worden om een resolutie van ongeveer dezelfde strekking aan te laten nemen en om tegen de vaststelling van de jaarrekening, en daarmee (in die tijd) dus ook tegen de decharge van het bestuur en de rvc, te stemmen.4 Voor zover mij bekend zijn deze campagnes niet echt succesvol geweest.
Daarnaast is nog te noemen de situatie rondom Nedlloyd en de Noorse reder Hagen, aan het eind van de jaren '80. Daar ging het vooral om een poging van Hagen om de stemrechtbeperking bij Nedlloyd te omzeilen door een groot aantal stromannen in te zetten als gevolmachtigden.5
Ten slotte dient in dit verband nog de VEB te worden genoemd. Deze vereniging vraagt van haar leden doorlopende volmachten om de leden tijdens ava's te kunnen vertegenwoordigen. Dit zou een vorm van (permanente) proxy solicitation kunnen worden genoemd.6 Hetzelfde zou kunnen worden gezegd van Eumedion, die de belangen van institutionele beleggers behartigt en vaak ook via volmachten van haar leden op aandeelhoudersvergaderingen stemt. Dit alles is echter op geen enkele wijze te vergelijken met de proxy contests zoals die in de VS voorkomen.