De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/21:21 Het eigen belang van Adam Smith
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/21
21 Het eigen belang van Adam Smith
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS364116:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Eén van de vragen die centraal staan in voornoemde discussie gaat over wie er gerechtigd zijn tot de winst van de onderneming. Het economisch denken is aan het einde van de negentiende eeuw voornamelijk gestoeld op de opvattingen van Adam Smith.1 Waar de economische inrichting ten tijde van het feodale leven rustte op een uitgebreid systeem van bindende gebruiken, rust het economische systeem volgens het gedachtegoed van Adam Smith op het eigen belang, dat slechts in het gareel wordt gehouden door concurrentie en de voorwaarden van vraag en aanbod. Dit eigen belang wordt gezien als de beste garantie voor economische efficiëntie. Uitgangspunt daarbij is dat, zolang het individu beschermd wordt in zijn recht om zowel zijn eigendom te gebruiken zoals hem goeddunkt als de volle vruchten ervan te plukken, er vertrouwd kan worden op zijn verlangen naar persoonlijk gewin – naar winst – als een effectieve prikkel om ervoor te zorgen dat hij efficiënt gebruikmaakt van zijn (industriële) eigendom.2
“It is not out of the benevolence of the brewer, the baker or the butcher that we get our daily bread but by their own selfish interest.”3
Door het beschermen van de eigendomsrechten die zien op de middelen om tot productie te komen, zou het eigen belang van de mens effectief ingezet worden voor het welzijn van de maatschappij.4