V-N 2025/46.3
Door verrekening met schuld aan BV is stamrechtuitkering genoten
HR 19-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1362, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 september 2025
- Zaaknummer
24/03557
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD29693:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Periodieke uitkeringen en verstrekkingen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1362, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑09‑2025
- Wetingang
art. 3.146 Wet IB 2001
Essentie
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X de stamrechtuitkering van zijn BV heeft genoten. De stamrechtuitkering was in 2019 vorderbaar en inbaar. X heeft namelijk een schuld aan zijn BV, waarmee de door de BV verschuldigde stamrechtuitkering kan worden verrekend.
Samenvatting
X heeft stamrechten opgebouwd bij zijn BV’s. In verband met de bouw van een zeilschip heeft X geld geleend van X BV. Op 1 januari 2019 bedroeg de schuld aan X BV € 936.863. Door een gebrek aan liquiditeiten bij de vennootschappen ontvangt X de uitkeringen niet in geld. De IB-aanslag 2019 van X wordt conform de aangifte opgelegd. Daarbij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.