Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht
Einde inhoudsopgave
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/4.7.1:4.7.1 Opvattingen over het strafrechtsysteem
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/4.7.1
4.7.1 Opvattingen over het strafrechtsysteem
Documentgegevens:
J. Kort, datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
J. Kort
- JCDI
JCDI:ADS200763:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Nationaal Kiezersonderzoek 2010, https://statline.cbs.nl/statline, geraadpleegd maart 2014.
Terwijl 42% van de Nederlandse politiemensen zegt vertrouwen te hebben in de overheid, heeft van de Nederlandse stemgerechtigde bevolking 59% vertrouwen in de Tweede Kamer, 51% in ambtenaren en 70% in de politie (Nationaal Kiezersonderzoek 2010).
r = 0.437, sign. < 0.05
r = 0.199, sign. < 0.05
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Gelet op de kritiek van veel politiemensen tijdens de interviews, komt de vraag op in hoeverre zij nog vertrouwen hebben in het Nederlands strafrechtsysteem. Bijna de helft (49,8%) van de Nederlandse politiemensen zegt daarin niet veel of zelfs helemaal geen vertrouwen meer te hebben. Een iets minder groot deel (40%) van hen zegt niet veel of zelfs helemaal geen vertrouwen te hebben in de rechters in Nederland.
Onder politiemensen bestaat veel ontevredenheid over strafrechters. Nog geen vijf procent van de geënquêteerde politiemensen blijkt het eens te zijn met de stelling ‘De uitspraak van de rechter komt vaak wel overeen met mijn wensen’. De overgrote meerderheid (71%) van de politiemensen is het met deze stelling (helemaal) oneens. De onvrede onder politiemensen over officieren van justitie is substantieel, maar toch aanzienlijk minder groot dan over rechters. ‘Slechts’ een derde (32%) van de politiemensen is het (helemaal) oneens met de stelling dat de strafeis van de officier vaak overeenkomt met wat men zelf wenselijk vindt.
Het vertrouwen in rechters ligt onder politiemensen nog lager dan onder de Nederlandse volwassen bevolking (resp. 60% en 70%1). Ook hier blijkt overigens dat het OM het in de ogen van politiemensen (iets) beter doet dan rechters. Bijna tweederde (65%) van de politiemensen heeft (veel) vertrouwen in het OM. Overigens moet er in dit verband wel op worden gewezen dat het vertrouwen van politiemensen in de overheid in het algemeen ook vrij laag is (42%); aanzienlijk lager dan het vertrouwen onder de Nederlandse volwassen burgers.2 Er bestaat een vrij sterk statistisch verband tussen de kritiek die politiemensen hebben op het strafrechtsysteem en een gebrek aan vertrouwen daarin.3 Tevens blijkt onder politiemensen kritiek op het strafrecht samen te hangen met weinig vertrouwen in de overheid in het algemeen.4 Niet duidelijk is hoe dit verband moet worden geïnterpreteerd: krijgen politiemensen vanwege hun kritiek op het strafrechtsysteem minder vertrouwen in de overheid, of leidt minder vertrouwen in de overheid (ook) tot een kritische houding tegenover het functioneren van het strafrecht?
Hoe sterk de kritiek van politiemensen ook moge zijn, deze heeft meer betrekking op het in de praktijk functioneren van het strafrecht, dan op het strafrecht zelf. Slechts één op de vijf politiemensen (20%) meent dat het Wetboek van Strafrecht te weinig mogelijkheden biedt voor passende reacties. Ruim de helft (53%) is van oordeel dat er te weinig gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die de wet biedt.