Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht
Einde inhoudsopgave
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/4:4 Politiemensen over strafrecht
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/4
4 Politiemensen over strafrecht
Documentgegevens:
J. Kort, datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
J. Kort
- JCDI
JCDI:ADS200733:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoe denken politiemensen over het functioneren van de strafrechtspleging in Nederland? In dit hoofdstuk wordt onder meer nagegaan in hoeverre politiemensen van mening zijn dat er voldoende strafrechtelijk wordt gereageerd op strafzaken waaraan zij zelf gewerkt hebben. In §4.1 wordt uitgewerkt hoe politiemensen denken over het functioneren van het strafrecht in het algemeen. Vervolgens wordt beschreven hoe daarbij door politiemensen tegen voorlopige hechtenis (§4.2), bewijs (§4.3) en straffen (§4.4) wordt aangekeken. Aansluitend op de behandeling van genoemde drie strafrechtelijke onderwerpen, focust §4.5 op problemen binnen de politie die een rol lijken te spelen in de opvattingen van politiemensen over de strafrechtspleging. In §4.6 wordt specifiek ingegaan op hun opvattingen over het functioneren van officieren van justitie en rechters. In §4.7 worden de resultaten van de uitgevoerde enquête besproken. Een nadere analyse van de hier beschreven opvattingen aan de hand van de due process en crime control modellen van Packer, alsmede een korte vooruitblik op de volgende hoofdstukken, sluiten dit hoofdstuk af (§4.8).
4.1 Hoe functioneert de strafrechtspleging volgens politiemensen?4.2 Voorlopige hechtenis4.3 Bewijs4.4 Straffen4.5 Problemen binnen de politieorganisatie4.6 Opvattingen over functioneren van officieren van justitie en rechters4.7 Enquête4.8 Tot slot