Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/171:171 De Haviltex-maatstaf
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/171
171 De Haviltex-maatstaf
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD24895:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635 m.nt. CJHB (Haviltex) en HR 20 februari 2004, JOR 2004/157 m.nt. SCJJK, NJ 2005, 493 m.nt. C.E. du Perron (Pensioensfonds DSM/Fox).
Vgl. bijvoorbeeld Wissink 2004, p. 407-409, Kortmann in nr. 8 van zijn noot in JOR onder HR 20 februari 2004, JOR 2004/157, NJ 2005, 493 m.nt. C.E. de Perron (Pensioensfonds DSM/Fox) en Asser/Hartkamp 4-II 2005, nr. 280, 281 en 287.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als hoofdregel geldt dat de vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding tussen partijen is geregeld niet kan worden beantwoord door een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van het contract. Bij de uitleg van de bepalingen in een schriftelijke overeenkomst komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij dient rekening te worden gehouden met alle bijzondere omstandigheden van het geval en kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.1 De subjectieve bedoeling van de partijen bij de overeenkomst is daarbij doorslaggevend. Is die subjectieve bedoeling niet vast te stellen, dan dient een bepaling in een overeenkomst te worden uitgelegd volgens de betekenis die met de partijen vergelijkbare personen in dezelfde omstandigheden aan de bepaling zouden geven.2