Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/9.2:9.2 Afbakening van het begrip kennisversplintering
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/9.2
9.2 Afbakening van het begrip kennisversplintering
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS598500:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
293. Kennisversplintering is de situatie waarin het individu dat betrokken is bij het te beoordelen aspect van de rechtsverhouding – de handelende functionaris – niet beschikt over de daarvoor relevant informatie, terwijl die informatie elders binnen de organisatie wel aanwezig is of is geweest. Verschillende typen situaties zijn denkbaar. De informatie kan aanwezig zijn bij een andere functionaris binnen de rechtspersoon die nog altijd in functie is ten tijde van het relevante handelen. Het is ook mogelijk dat de relevante kennis aanwezig is of was bij het individu dat voorheen de functie bekleedde van de nu handelende functionaris. Dat individu kan uit dienst zijn getreden, ziek zijn geworden of zijn overleden zonder de relevante informatie aan de huidige functionaris te hebben doorgegeven. Er is dan sprake van kennisversplintering over de tijd. Ook kan de informatie bij geen enkel individu binnen de organisatie aanwezig zijn of zelfs zijn geweest, maar opgeslagen zijn in de informatiesystemen van de rechtspersoon, zoals een papieren archief of een elektronische database. Er bestaat dan geen wetende functionaris. Kennisversplintering is ook mogelijk wanneer er geen handelende functionaris is, bijvoorbeeld wanneer een overeenkomst wordt gesloten via de website van de rechtspersoon. Benut de rechtspersoon bij het sluiten van die overeenkomst niet de informatie die wel elders binnen de rechtspersoon aanwezig is (bijvoorbeeld doordat in het proces van het sluiten van de overeenkomst een bepaalde database niet automatisch wordt geraadpleegd), dan is eveneens sprake van kennisversplintering. Ten behoeve van de leesbaarheid ga ik hierna veelal uit van het klassieke geval met een wetende en een handelende functionaris.
294. Er bestaat geen scherp onderscheid tussen gevallen van kennisversplintering en standaardsituaties: de overgang tussen beide begrippen is vloeiend. Standaardsituaties zijn (zoals behandeld in hoofdstuk 7) situaties waarin de wetende functionaris zelf betrokken is bij het te beoordelen aspect van de rechtsverhouding. Kenmerkend voor de standaardsituatie is dat uitsluitend acht hoeft te worden geslagen op de wetende functionaris: had die, gezien zijn kennis, maatregelen behoren te treffen? Dat de grens tussen het standaardgeval en het geval van kennisversplintering vaag is, komt doordat ‘betrokken zijn bij’ een vaag begrip is: er bestaan vele vormen en maten van betrokkenheid.
Grensgevallen bestaan daarom ten eerste wanneer de wetende functionaris zijn kennis had behoren door te geven aan de handelende functionaris, maar dat niet heeft gedaan. De handelende functionaris is dan feitelijk onwetend en laat na de benodigde maatregelen te treffen naar aanleiding van de informatie. Het zal van de waardering van de feiten afhangen of de wetende functionaris voldoende bij de rechtsverhouding betrokken wordt geacht om het geval als standaardgeval te kunnen behandelen. Een voorbeeld is de onderzoeker uit voorbeeld d. in par. 7.2: zij onderzoekt de bodemverontreiniging van een perceel waarvan zij weet dat de rechtspersoon het wil gaan kopen. In die zin is zij betrokken bij de aankoop, maar zij voert niet zelf de onderhandelingen met de wederpartij en sluit niet de overeenkomst die de rechtspersoon achteraf met een beroep op dwaling wil vernietigen.1
Een grensgeval bestaat ook wanneer de wetende functionaris weliswaar weet dat binnen de rechtspersoon een activiteit wordt ontplooid waarvoor zijn kennis relevant is, maar hij in die activiteit geen enkele rol speelt. Is die enkele wetenschap voldoende om ‘betrokkenheid’ aan te nemen? Mag van de wetende functionaris worden verwacht dat hij ‘zich er ongevraagd tegenaan bemoeit’?
Een derde type grensgevallen bestaat wanneer de handelende functionaris een feit niet kende, maar wel behoorde te kennen, en de toepasselijke norm niet meer dan objectieve kennis eist. Dat is een standaardgeval wanneer het uitsluitend aan de handelende functionaris is te wijten dat hij niet daadwerkelijk de relevante kennis droeg. Beschikte hij over voldoende aanwijzingen en achtergrondkennis om de benodigde conclusie te kunnen trekken, maar heeft hij zijn onderzoeksplicht verzaakt, dan geldt hij als objectief wetend. Dat de handelende functionaris niet daadwerkelijk wetend was, kan echter ook te wijten zijn aan een ander deel van de organisatie. Indien de wetende functionaris verzuimd heeft de relevante informatie op te slaan of door te geven of indien de leiding van de rechtspersoon had moeten zorgen voor een beter functionerend informatiesysteem of een betere opleiding en instructie van medewerkers, dan is sprake van kennisversplintering.
295. In veel gevallen zal echter op meerdere vlakken een nalatigheid te constateren zijn en valt dus ook de handelende functionaris iets te verwijten. Soms zal in dergelijke gevallen de conclusie dat de rechtspersoon het feit behoorde te kennen, kunnen worden gedragen door uitsluitend de nalatigheid van de handelende functionaris, zodat het niet nodig is om andere aspecten mee te wegen. Vaak zal in het processuele debat echter ook het gedrag van de wetende functionaris en/of de leiding van de rechtspersoon aan de orde komen en kunnen bijdragen aan het oordeel dat de rechtspersoon het relevante feit behoorde te kennen. Dan vindt alsnog een weging van alle omstandigheden plaats zoals in dit hoofdstuk wordt beschreven.
Dat tussen standaardsituaties en situaties van kennisversplintering geen scherp onderscheid bestaat, acht ik niet problematisch. De rechter hoeft niet steeds vast te stellen of sprake is van een standaardgeval. De hoofdregel voor standaardgevallen zoals geformuleerd in hoofdstuk 7 is niet meer dan een middel om partijen en de rechter te helpen om in eenvoudige gevallen kennistoerekening te verantwoorden, en om te verklaren waarom de motivering van het oordeel soms summier kan blijven. Maar is de rechter op basis van de stellingen van partijen van mening dat de wetende functionaris onvoldoende betrokken was bij het te beoordelen aspect van de rechtsverhouding om diens kennis louter op grond van zijn functie als Wissensvertreter toe te kunnen rekenen aan de rechtspersoon, dan staat het hem altijd vrij om meer omstandigheden in ogenschouw te nemen. Dit hoofdstuk laat onder meer zien welke omstandigheden dan relevant zijn en waarom.