BNB 1995/335
HR, 28-06-1995, nr. 30 255
HR 28-06-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1622, m.nt. W.A. Sinninghe Damsté
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 juni 1995
- Magistraten
Stoffer; Urlings; Zuurmond; Herrmann; Fleers
- Zaaknummer
30 255
- Noot
W.A. Sinninghe Damsté
- LJN
AA1622
- JCDI
JCDI:ADS887447:1
- Vakgebied(en)
Loonbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA1622, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑06‑1995
- Wetingang
Art. 11, eerste lid letter j, Wet LB 1964
Samenvatting
Voor buitenlandse dienstreizen gegeven vergoeding van parkeer-, tol- of veergelden boven de bij art. 18 Uitv.reg. LB 1990 forfaitair vastgestelde vergoeding van 44 cent per kilometer, behoort tot het loon, ook indien verstrekt in de vorm van parkeer-, tol- of veerkaarten
Aan haar werknemers die hun privé-auto voor dienstreizen gebruiken, betaalt belanghebbende een vergoeding van 44 cent per kilometer en daarnaast, bij buitenlandse dienstreizen, een vergoeding voor de kosten van parkeren bij Schiphol, alsmede van tol op buitenlandse autowegen, waarvoor gebruik kan worden gemaakt van door belanghebbende verstrekte kredietkaarten of voorschotten.
HR: de boven het bedrag van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.