De Wet op de accijns bepaalt dat over accijnsgoederen accijns wordt geheven. Als er sprake is van uitslag tot verbruik ontstaat verschuldigdheid van accijns. Er moet dan accijns worden betaald. Artikel 51 Wet op de accijns bepaalt wie de belasting moet betalen.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis van artikel 51 Wet op de accijns en EU-aspecten
In aantekening 1.2.1 vindt u een toelichting op de totstandkoming van artikel 51 Wet op de accijns. Een chronologisch overzicht van de parlementaire behandeling vindt u in aant. 1.2.2. Vervolgens worden in aant. 1.4 doel en strekking van dit artikel behandeld. In aant. 1.6 wordt nader ingegaan op de context waarin dit artikel moet worden geplaatst . De relatie met de Europese regelgeving is opgenomen in aant. 1.10. In aant. 1.17 is een verwijzing naar een aantal begripsomschrijvingen opgenomen.
2. Wie moet de belasting betalen?
De Wet op de accijns bepaalt in welke situaties accijns moet worden betaald. Artikel 51, eerste lid, bepaalt voor al deze situaties wie de accijns moet betalen (aant. 2).
3. Afwijkende regeling: opslag van minerale oliën bij derden
Bij de opslag van minerale oliën komt het regelmatig voor dat oliemaatschappijen minerale oliën laten opslaan bij opslagplaatsen van andere opslagbedrijven. Artikel 51, tweede lid, Wet op de accijns bepaalt wie in die situatie de accijns moet betalen (aant. 3).
4. Hoofdelijke aansprakelijkheid
Bij de toepassing van artikel 51, eerste lid, Wet op de accijns kunnen meerdere personen belastingplichtig zijn. Zo wijst bij voorbeeld artikel 51, eerste lid, onderdeel b, als belastingplichtige aan de persoon die de accijnsgoederen voorhanden heeft en enig andere persoon die bij het voorhanden hebben ervan betrokken is. Op grond van artikel 51, derde lid, zijn al deze personen (schuldenaren) hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde accijns (aant. 4).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Accijnzen en milieubelastingen, art. 51 WA, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 05-05-2026
05-05-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/65 en V-N 2026/19.22
01-04-2010 tot: -
Vakstudie Accijnzen en milieubelastingen, art. 51 WA, aant. 1.1
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
schorsing van accijns
onregelmatigheid
naheffing accijns
belastingplichtige accijns
hoofdelijke aansprakelijkheid accijns
onttrekking aan accijnsschorsingsregeling
heffingswijze accijns
Wet op de accijns artikel 51
Beschouwing
De Wet op de accijns bepaalt dat over accijnsgoederen accijns wordt geheven. Als er sprake is van uitslag tot verbruik ontstaat verschuldigdheid van accijns. Er moet dan accijns worden betaald. Artikel 51 Wet op de accijns bepaalt wie de belasting moet betalen.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis van artikel 51 Wet op de accijns en EU-aspecten
In aantekening 1.2.1 vindt u een toelichting op de totstandkoming van artikel 51 Wet op de accijns. Een chronologisch overzicht van de parlementaire behandeling vindt u in aant. 1.2.2. Vervolgens worden in aant. 1.4 doel en strekking van dit artikel behandeld. In aant. 1.6 wordt nader ingegaan op de context waarin dit artikel moet worden geplaatst . De relatie met de Europese regelgeving is opgenomen in aant. 1.10. In aant. 1.17 is een verwijzing naar een aantal begripsomschrijvingen opgenomen.
2. Wie moet de belasting betalen?
De Wet op de accijns bepaalt in welke situaties accijns moet worden betaald. Artikel 51, eerste lid, bepaalt voor al deze situaties wie de accijns moet betalen (aant. 2).
3. Afwijkende regeling: opslag van minerale oliën bij derden
Bij de opslag van minerale oliën komt het regelmatig voor dat oliemaatschappijen minerale oliën laten opslaan bij opslagplaatsen van andere opslagbedrijven. Artikel 51, tweede lid, Wet op de accijns bepaalt wie in die situatie de accijns moet betalen (aant. 3).
4. Hoofdelijke aansprakelijkheid
Bij de toepassing van artikel 51, eerste lid, Wet op de accijns kunnen meerdere personen belastingplichtig zijn. Zo wijst bij voorbeeld artikel 51, eerste lid, onderdeel b, als belastingplichtige aan de persoon die de accijnsgoederen voorhanden heeft en enig andere persoon die bij het voorhanden hebben ervan betrokken is. Op grond van artikel 51, derde lid, zijn al deze personen (schuldenaren) hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde accijns (aant. 4).