FED 1990/495
HR, 06-06-1990, nr. 26 743
HR 06-06-1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC4310
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 juni 1990
- Magistraten
Stoffer; Mijnssen; Wildeboer; Urlings; Zuurmond
- Zaaknummer
26 743
- LJN
ZC4310
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Loonbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1990:ZC4310, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑06‑1990
- Wetingang
Art. 22 Wet IB 1964, algemene beginselen van behoorlijk bestuur, vertrouwensbeginsel
Uitspraak
Belanghebbende, X, ontvangt ter zake van in en buiten dienstbetrekking verrichte werkzaamheden onkostenvergoedingen. In geschil is of een deel van de vergoedingen als bovenmatig moet worden aangemerkt.
Hof Arnhem stelt de inspecteur in het gelijk.
Op het beroep in cassatie van X overweegt de Hoge Raad:
De omstandigheid dat een onkostenvergoeding voor de heffing van loonbelasting als een in haar geheel niet tot het loon behorende vergoeding is aangemerkt, staat niet eraan in de weg om die vergoeding voor het opleggen van een aanslag in de inkomstenbelasting aan de desbetreffende wettelijke bepalingen te toetsen, behoudens indien en voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.