BNB 1996/142
Kasgeldconstructie. Bijkomstige betekenis van het vermogen waarin bij verkoop van de aandelen van een vennootschap het belang wordt behouden. Voor de berekening daarvan tellen ook mede niet aan de ondernemingsactiviteiten verbonden vermogensbestanddelen die mede overgaan naar de ,,nieuwe'' vennootschap of naar het privé-vermogen van de verkopende aandeelhouder
HR 11-10-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3122, m.nt. D. Juch
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 oktober 1995
- Magistraten
Stoffer; Urlings; Zuurmond; Herrmann; Fleers
- Zaaknummer
29674
- Noot
D. Juch
- LJN
AA3122
- JCDI
JCDI:ADS887500:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA3122, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑10‑1995
- Wetingang
Fraus legis. Art. 24 Wet IB 1964
Essentie
Kasgeldconstructie. Bijkomstige betekenis van het vermogen waarin bij verkoop van de aandelen van een vennootschap het belang wordt behouden. Voor de berekening daarvan tellen ook mede niet aan de ondernemingsactiviteiten verbonden vermogensbestanddelen die mede overgaan naar de ,,nieuwe'' vennootschap of naar het privé-vermogen van de verkopende aandeelhouder
Samenvatting
HR: de in het arrest BNB 1990/290 neergelegde wetstoepassing richt zich, kort gezegd, tegen het door de verkoop van aandelen in een vennootschap realiseren van de in de vennootschap aanwezige reserves, terwijl het belang bij de in die vennootschap uitgeoefende ondernemingsactiviteiten niet op de koper van de aandelen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.