Art. 26 Wet LB 1964 regelt de toepassing van afzonderlijke loonbelastingtabellen voor bijzondere beloningen.
Wat vindt u in De Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 26
Art. 26 Wet LB 1964 regelt sinds 1973 de toepassing van de tabel voor bijzondere beloningen. Bijzondere beloningen mochten tot en met 2015 ingevolge art. 26 lid 2 Wet LB 1964 worden toegevoegd aan het tijdvakloon over het tijdvak waarin zij werden uitbetaald, zodat op het totale bedrag de tabel van art. 25 werd toegepast (aant. 3).
2. Loonbelastingtabellen bijzondere beloningen
Art. 26 lid 1 Wet LB 1964 regelt de toepassing van afzonderlijke loonbelastingtabellen voor beloningen (de zogenoemde bijzondere beloningen zoals tantièmes en gratificaties) die in de regel slechts eenmaal of eenmaal per jaar worden toegekend (aant. 2.1). Ook overwerkloon mag op grond van art. 26 lid 2 Wet LB 1964 worden belast met gebruikmaking van de tabellen voor bijzondere beloningen (aant. 4). Doel van deze tabellen is de op het loon in te houden loonbelasting zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de over dat loon verschuldigde inkomstenbelasting (aant. 2.2). Het heffingspercentage volgens de tabel voor bijzondere beloningen is afhankelijk van de hoogte van het jaarloon (aant. 5). Bij een wisseling van werkgever binnen een samenhangende groep behoeft het jaarloon voor de tabel voor bijzondere beloningen niet opnieuw te worden vastgesteld (aant. 7).
Hierna wordt ingegaan op het ontstaan van de bepaling (aant. 1.2), het literatuuroverzicht (aant. 1.3), doel en strekking (aant. 1.4), de context van de bepaling (aant. 1.6), de hardheidsclausule (aant. 1.13) en de begripsomschrijvingen (aant. 1.17).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Loonbelasting en Premieheffingen, art. 26 Wet LB 1964, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 22-05-2026
22-05-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/77 en V-N 2026/22.3
01-07-1965 tot: -
Vakstudie Loonbelasting en Premieheffingen, art. 26 Wet LB 1964, aant. 1.1
Verzekeringsrecht / Pensioenrecht
Loonbelasting / Tarief
loonbelastingtabel
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 26
Beschouwing
Inleiding
Art. 26 Wet LB 1964 regelt de toepassing van afzonderlijke loonbelastingtabellen voor bijzondere beloningen.
Wat vindt u in De Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 26
Art. 26 Wet LB 1964 regelt sinds 1973 de toepassing van de tabel voor bijzondere beloningen. Bijzondere beloningen mochten tot en met 2015 ingevolge art. 26 lid 2 Wet LB 1964 worden toegevoegd aan het tijdvakloon over het tijdvak waarin zij werden uitbetaald, zodat op het totale bedrag de tabel van art. 25 werd toegepast (aant. 3).
2. Loonbelastingtabellen bijzondere beloningen
Art. 26 lid 1 Wet LB 1964 regelt de toepassing van afzonderlijke loonbelastingtabellen voor beloningen (de zogenoemde bijzondere beloningen zoals tantièmes en gratificaties) die in de regel slechts eenmaal of eenmaal per jaar worden toegekend (aant. 2.1). Ook overwerkloon mag op grond van art. 26 lid 2 Wet LB 1964 worden belast met gebruikmaking van de tabellen voor bijzondere beloningen (aant. 4). Doel van deze tabellen is de op het loon in te houden loonbelasting zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de over dat loon verschuldigde inkomstenbelasting (aant. 2.2). Het heffingspercentage volgens de tabel voor bijzondere beloningen is afhankelijk van de hoogte van het jaarloon (aant. 5). Bij een wisseling van werkgever binnen een samenhangende groep behoeft het jaarloon voor de tabel voor bijzondere beloningen niet opnieuw te worden vastgesteld (aant. 7).
Hierna wordt ingegaan op het ontstaan van de bepaling (aant. 1.2), het literatuuroverzicht (aant. 1.3), doel en strekking (aant. 1.4), de context van de bepaling (aant. 1.6), de hardheidsclausule (aant. 1.13) en de begripsomschrijvingen (aant. 1.17).