FED 1995/781
HR, 11-10-1995, nr. 29674
HR 11-10-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3122
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 oktober 1995
- Magistraten
Stoffer; Urlings; Zuurmond; Herrmann; Fleers
- Zaaknummer
29674
- LJN
AA3122
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA3122, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑10‑1995
- Wetingang
Art. 24 Wet IB 1964, fraus legis
Uitspraak
Belanghebbende, X, en zijn echtgenote Y hielden alle aandelen A BV, die alle aandelen B BV hield, die een onderneming dreef. A BV had, naast een groot bedrag aan beleggingen, vorderingen in rekening-courant op X en op B BV. Laatste vordering bedroeg per ultimo 1984 f 951 644. Het vermogen in A BV is met name ontstaan doordat B BV telkenjare direct na de winstvaststelling de behaalde winsten uitkeerde aan A BV. Op 14 juni 1985 is B BV voor f 1 000 000 verkocht aan C BV, waarvan X en Y eveneens alle aandelen hielden. Voorts nam C ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.