BNB 1998/129
Holdingconstructie. Putcriterium gepreciseerd
HR 11-03-1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2462, m.nt. P.H.J. Essers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 maart 1998
- Magistraten
Stoffer; Zuurmond; Fleers; Pos; Beukenhorst
- Zaaknummer
32420
- Noot
P.H.J. Essers
- LJN
AA2462
- JCDI
JCDI:ADS887858:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:AA2462, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑03‑1998
- Wetingang
Fraus legis; art. 24 Wet IB 1964
Essentie
Holdingconstructie. Putcriterium gepreciseerd
Samenvatting
Belanghebbende verkoopt zijn minderheidspakket in een werkmaatschappij aan een persoonlijke houdstermaatschappij. Het Hof belast met toepassing van het leerstuk fraus legis het verschil tussen de verkoopprijs van de aandelen en het daarop gestorte kapitaal.
HR: Voor de beantwoording van de vraag of de zogenoemde kasgeldarresten toepassing kunnen vinden is niet van belang of het putten van de koopsom uit het vermogen van de werkmaatschappij tot belastingheffing leidt bij die werkmaatschappij doordat stille reserves of goodwill worden gerealiseerd. Van belang is hier slechts of de houdstermaatschappij belastingvrij uit dat vermogen kan putten.
Bij holdingconstructies ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.