FED 1998/400
Putcriterium. Uitsluitend op moment van verkoop aanwezige reserves komen in aanmerking
HR 11-03-1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2462, m.nt. R.M. Freudenthal
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 maart 1998
- Magistraten
Stoffer; Zuurmond; Fleers; Pos; Beukenhorst
- Zaaknummer
32420
- Noot
R.M. Freudenthal
- LJN
AA2462
- JCDI
JCDI:ADS227542:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:AA2462, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑03‑1998
- Wetingang
Art. 24 IB 1964
Essentie
Putcriterium. Uitsluitend op moment van verkoop aanwezige reserves komen in aanmerking
Samenvatting
Holdingconstructie: voor de toepassing van het 'putcriterium' dienen uitsluitend de op het moment van de verkoop van de aandelen aanwezige (zichtbare en stille) reserves in aanmerking te worden genomen, zodat 'toekomstige winsten' buiten aanmerking blijven. Voorts kan de hantering van het 'putcriterium' tot een 'pro-rata' toepassing van art. 24 Wet IB 1964 leiden.
Uitspraak
Het geschil betreft de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekering 1992.
VASTSTAAT:
2.1 Op 5 augustus 1985 werd door belanghebbende en C opgericht de besloten vennootschap D BV, gevestigd te Q en handelend onder de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.