Einde inhoudsopgave
Rijksbesluit rechtspositie Gemeenschappelijk Hof van Justitie
Artikel 18
Geldend
Geldend vanaf 10-10-2010
- Redactionele toelichting
Tijdstip iwtr.: 00.00 uur in Aruba, Curacao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
- Bronpublicatie:
27-09-2010, Stb. 2010, 358 (uitgifte: 01-10-2010, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
10-10-2010
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-09-2010, Stb. 2010, 388 (uitgifte: 01-01-2010, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Afhankelijke geldigheid
Treedt tegelijk in werking met de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie (07-07-2010, Stb. 335).
- Vakgebied(en)
Ambtenarenrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
Een lid van het Hof heeft per kalenderjaar aanspraak op 240 uren vakantie met behoud van salaris en toelagen.
2.
Een lid van het Hof dat is aangesteld voor het vervullen van een gedeeltelijke functie heeft per kalenderjaar naar evenredigheid aanspraak op 240 uren vakantie met behoud van salaris en toelagen.
3.
Indien een rechter vakantie wil opnemen, doet hij dit na overleg met één van de leden van het bestuur van het Hof of met een door het bestuur van het Hof daartoe aangewezen functionaris.
4.
Het bestuur van het Hof kan wegens dringende reden van dienstbelang een vakantie geheel of gedeeltelijk weigeren.
5.
Een lid van het Hof heeft aanspraak op een vakantie-uitkering van 7 procent voor elke kalendermaand, waarin hij op grond van artikel 12, eerste lid, salaris heeft genoten.