Einde inhoudsopgave
Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021
Artikel 5.2.18
Geldend
Geldend vanaf 12-06-2025
- Bronpublicatie:
07-06-2025, Stcrt. 2025, 19130 (uitgifte: 11-06-2025, regelingnummer: WJZ/ 96429429)
- Inwerkingtreding
12-06-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
07-06-2025, Stcrt. 2025, 19130 (uitgifte: 11-06-2025, regelingnummer: WJZ/ 96429429)
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Bestuursrecht algemeen / Subsidie
1.
Producentenorganisaties, dan wel dochterondernemingen indien de afzet door hen wordt verricht, tonen op grond van artikel 11 van verordening 2017/891 aan de hand van schriftelijke bewijsstukken aan dat zij de verkoopvoorwaarden, en meer in het bijzonder de verkoopprijzen, voor de producten van de leden van de producentenorganisatie waarvoor de producentenorganisatie is erkend daadwerkelijk bepalen.
2.
De in het eerste lid bedoelde schriftelijke bewijsstukken tonen aan:
- a.
welke verkoper er binnen de producentenorganisatieof dochteronderneming belast is met de verkoop van de producten van de leden waarvoor de producentenorganisatie is erkend;
- b.
wat de taak of opdracht van de verkoper is;
- c.
op welke wijze de verkoper door de producentenorganisatieof dochteronderneming wordt aangestuurd;
- d.
welke aanwijzingen de verkoper van de producentenorganisatieof dochteronderneming gekregen heeft voor het voeren van onderhandelingen over de verkoopvoorwaarden;
- e.
op welke wijze de verkoper achteraf verantwoording aflegt aan de producentenorganisatieof dochteronderneming over de gerealiseerde verkoopvoorwaarden; en
- f.
dat de in onderdeel e bedoelde verantwoording daadwerkelijk wordt afgelegd.
3.
De producentenorganisatie legt haar afzetbeleid vast in een besluit van het bestuur dat door de algemene vergadering wordt goedgekeurd.
4.
De producentenorganisatieof dochteronderneming bepaalt op welke locatie of welke locaties het aanbod van de producten van haar leden fysiek geconcentreerd wordt.
5.
Het afzetbeleid van de producentenorganisatie wordt jaarlijks voor 1 juni door haar bestuur geëvalueerd en een verslag van deze evaluatie wordt jaarlijks voor 1 juni door de algemene vergadering van de producentenorganisatie besproken en geaccordeerd. De onderliggende stukken worden door de producentenorganisatie gearchiveerd.