Einde inhoudsopgave
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren
Artikel 70 Verplichtingen van exploitanten die honden, katten en fretten houden met betrekking tot de middelen en methoden voor de identificatie van die dieren en de aanbrenging en het gebruik ervan
Geldend
Geldend vanaf 28-03-2026
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 22-04-2026.
- Bronpublicatie:
20-01-2026, PbEU L 2026, 2026/132 (uitgifte: 27-03-2026, regelingnummer: 2026/132)
- Inwerkingtreding
28-03-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
20-01-2026, PbEU L 2026, 2026/132 (uitgifte: 27-03-2026, regelingnummer: 2026/132)
- Vakgebied(en)
Dierenrecht / Veterinair recht
Dierenrecht / Veehouderij
Dierenrecht / Dierenwelzijn
Exploitanten die honden, katten en fretten houden, zorgen ervoor dat wanneer die dieren naar een andere lidstaat worden verplaatst:
- a)
zij individueel geïdentificeerd zijn door middel van een geïmplanteerde injecteerbare transponder zoals bedoeld in bijlage III, punt e);
- b)
de in punt a) van dit artikel bedoelde injecteerbare transponder is geïmplanteerd door:
- i)
een officiële dierenarts of een gemachtigde dierenarts zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/131 van de Commissie (*1), naargelang het besluit van de bevoegde autoriteit, of
- ii)
een natuurlijke of rechtspersoon die overeenkomstig artikel 14, lid 2, van Verordening (EU) 2016/429 is gemachtigd, indien de lidstaat daarin voorziet.
Voetnoten
Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/131 van de Commissie van 20 januari 2026 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft diergezondheidsvoorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren (PB L, 2026/131, 27.3.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/131/oj)..